Reis en Dagboekverhalen 

 

 

 

 Dit zijn fragmenten uit de begin 80er jaren over reizen naar Engeland en verder.

 

-                     20/21-7-1981

De vakantie is begonnen. Van Enschede naar Rotterdam. Gezellig in een café gezeten den gepraat met een buschauffeur annex vrachtwagenchauffeur over het wel en wee van holadiee, en goed bier gedronken

 

Lang wachten voordat de boot vertrok, douane problemen, hut alleen, wel onder in het schip. De mensen of misschien ik waren niet zo gezellig, weinig kleinere bars waar een praatje te maken was. De disco was voor kinderen van 6 tot 14 jaar. Wat de leeftijdscategorie van 14 tot 20 jaar doet is mij een raadsel. Midden in het lawaai waren verschillende gokspelletjes opgesteld, Joker 7, Black Jack etc.. Na een uur spelen heb ik 10 Pond met Black Jack verloren maar Allah tien Pond is niet over nou ja. Nog een paar pils gedronken en naar bed. Niet al te veel geslapen en te vroeg wakker. De tanden zaten onder het schuim toen de tea was served. Trouwens al het bedienend personeel is bruin tot zwart. Het lijkt wel of ze daar een aparte categorie voor hebben uitgevonden. Mensen met stalen gezichten maar duidelijk op de taak berekend. Een Engels ontbijt genomen en na weer een uur vertraging afgereden. Links zoals het hoort. Dat valt meestal nog wel mee. Eerst naar York. Daar heb ik me meer van voorgesteld, alhoewel de minster natuurlijk wel de grootste, mooiste en akoestisch gezien beste kerk is, die ik ooit heb gezien. Maar al die oude gebouwen met daartussen geen cafés om uit te rusten. Het pub en inn-leven moet ik nog leren kennen.

Dat stuur aan de linkerkant is duidelijk ook niets in Engeland. Altijd hebben ze je bij het verkeerde raampje, zoals bij douanes, parkeerwachters, je rijdt het paaltje altijd aan de verkeerde kant voorbij. Dus na 2 uur York had ik het wel gezien en toen na het Noorden, bijvoorbeeld Helmsley met zijn kasteel ruïne, een hele bult stenen en een paar gerestaureerde stukken, een dubbele gracht en mooi weer. De zon schijnt en ik heb het warm. Niet te geloven en dat in Noord Engeland, Noordoost  Yorkshire. Ik zit nu in een restaurant te schrijven, alleen. En de vrouw naast me keek me aan.

Eerst misschien een gedichtje?

 

Restaurant in Engeland

 

Een tafel te klein om je benen

Te strekken. De wijn te slecht

Om het bier te overtreffen. Een pint

Echt Engels bier doet me goed

Stuk beef , een sausje om te

Blussen met het bier, hier

In Yorkshire zie ik ze eten

Niet teveel praten, dat

Loopt in gaten, van

Twaalf tot één alleen

De dienstertjes op de been,

Ik verzadigd, lekker verdween.

 

-                     22-7-1981

Voor de Durham kathedraal gezeten op een tegeltje op een stenen muurtje om kwart over één. Na lang zoeken en rondrijden heb ik een camping gevonden in Consett, een vies plaatsje met nog een viezere fabriek. Naast een paar Nederlanders uit Tilburg, Peter en Annemarie heb ik mijn tent neergezet. Na het eten kwam ik in contact met hen. Gepraat over talloze dingen totdat het donker werd. Ik weet niet precies meer waarover maar het was wel gezellig. Om half elf naar bed. Het regende de hele nacht en ik heb te weinig geslapen om dat niet te horen. ’s Morgens was het weer droog evenals de tent. Een ontbijtje met gebakken ei en tomaten. Het ei wilde niet in zijn geheel uit de pan, daarom maar in stukjes, een kruising tussen fried en scrumbled eggs. De melk is goed in Engeland, maar de maat is raar, een pint milk ofwel 587 ml of zoiets. Om elf uur naar Durham gereden, de auto in de parkeer garage gezet. De gezellig stadje, dat Durham, en weer zo’n grote kathedraal. Wat een knapen van kerken, de Tour de France zou er in gehouden kunnen worden. Gewijd aan de heilige St. Cuthbert uit de 10de of 9de eeuw Rond zijn graf hebben ze een kapelletje neergezet. Om 2 uur gaat het kasteel open. Nog even bewonderen, een paar boodschappen en dan terug naar de camping. Misschien nog een pilsje in de pub.

Wat me opvalt zijn de talloze kinderen, die de kathedraal bezoeken. Hordes hollen door de kerk, de Noormannen zijn er niks bij. Een andere opvallendheid is het Engelse gras. Vandaag en gisteren rond kerken en kastelen, in voor- en achtertuintjes, allemaal 1 cm lang en zo groen als gras.

 

Gras

 

Jong en mals staat het gras

Op talrijke veldjes in dit land,

Groepen grassprietjes bij elkaar

Niet gestoord door distel of bloem.

Een commune van sprietjes, geen

Last van discriminatie, even lang,

Even dik, even groen. Zo volkomen

Gelijkwaardig, een ideale

Communistische maatschappij. Je

Moet er een nummer opplakken

Om ze te onderscheiden. Maar

Zouden ze daarom gelukkig zijn?

 

 

-                     23-7-1981

 

Na een nacht van regen en een natte tent ben ik via het Borderland in Edingburgh gearriveerd. Vannacht was het verrekte koud en de regen tikte in je oren tot je er tureluurs van werd. Als een druppende kraan, of is het juist rustig, ik weet het niet. Gisteravond ben ik nog een keer bij de Tilburgers op bezoek geweest. Ik had nu echter bier en wijn meegenomen.

Goddomme, dondert me de soep om over dit boekje en het matje. Alles zit/zat onder die tomaatachtige drab. Met tissues het meeste weer een beetje op orde gekregen en gewoon weer opnieuw met de soep begonnen. Als omdat ik zonodig een pannegreepje moest zoeken. En die is nog steeds zoek. Gelukkig heb ik een reserve. Even roeren. Maar waar is die gebleven. Waarschijnlijk daar waar God in Frankrijk is gebleven. Ergens maar niet te vinden.

            Om verder te gaan, 2 uur later, weer over koetjes en kalfjes gepraat. We vrij lang, want om half twaalf kwamen de buren om te vragen of we niet iets zachter konden praten. Anderhalve fles wijn leeggemaakt, dus geen wijn meer vandaag, wel bier en jenever. De tocht van vandaag was vermoeiend, maar wel mooie stukken. Soms moesten de schapen de berm in om te kunnen passeren. De camping “Little France” heeft zijn naam niet ten onrechte, want er zijn hier stapels Fransen in verschillende combinaties. Ook Nederlanders, Duitsers en zelfs Britten. Velen lopend of op de fiets en de Tilburgers zijn er ook. De leeftijden van de mensen ligt vooral rond de twintig, een internationale jeugdontmoeting in Schotland.

 

Jeugd

 

De tenten bij elkaar op een veldje,

In groepjes van man-man,

Man-vrouw en vooral vrouw-vrouw

Hokken ze in tenten, vol

Verwachting wat komen gaat.

De jeugd van Europa is bijeen

In  Schotland, in Edingburgh bij slecht weer.

Waarom in dit land of is dat

Het normale beeld van de zomer.

De reizende jeugd op zoek

Naar volwassenheid, op zoek

 Naar zichzelf. Straks kan het

Niet meer, getrouwd, gezin, gesettled.

En ik, ik kijk toe hoe ze zoeken.

Ik die dit nooit meegemaakt heeft,

Ik, die nooit zal ophouden te zoeken.

 

Franse Vrouwtjes

 

Twee Franse vrouwtje druk in de weer

Van eend naar tent en van tent naar eeend.

Een klein tentje en een klein eendje,

Dat kan toch niet zoveel werk zijn?

Waarom moet dit al gebeuren, een

Bezigheidstherapie in de vakantie.

Ze staan te3 kijken, ze staan te zoeken.

Een papieren zak wordt heen en weer

Gebracht. Is het het eten of zijn

Het de kleren, die hun zo vol

Verwachting aan het lopen houdt.

Neen, het is het vertrek de volgende morgen.

 

 

Canongate

 

Alleen in een restaurant

Hoe is het  mogelijk, waar

Bestaan de mensen van. Het

Kan niet wezen aan Canongate.

Het eten is te goedkoop, te

Lekker voor de plaats. Maar

Toch is het mogelijk in Schotland

Met de naam van slecht eten.

Ze kunnen het niet weten

Waar je moet gaan, want het

Is het eten voor de mens.

 

 

Rood schijnt het door het raam,

Rood, alleen rood en van binnen hout.

En niemand, alleen de BBC schreeuwt

Je tegemoet, de rust niet verstoort

Alleen ondersteunt door de muziek.

De koffie spiegelt je na het eten

Tegemoet,de eigenaar en meisje

Staan te staren naar je, terwijl

Je probeert dit op te schrijven, dit

Moment van geluk en eenzaamheid.

Dit moment van alleen en jezelf.

Dit even in een andere wereld leven

 

Zanger

 

Ik hoor hem van dichtbij,

De muziek klinkt in de oren

Van mij en anderen, die dit horen.

Geluid op de achtergrond van

Mensen, zat of zot als ik

Met een tik in de oren, horen

Geluid, plezier, vertier, hier.

In dit café, Tom McEwan.

Hij zingt met een plezier,

Ik voel het tot hier, in mijn

Hart, misschien ben ik zat,

Maar het geeft niet, vertier.

 

-                     Zondag 26 Juli

 

Een vakantieganger/kampeerder heeft het te druk om een dagboek bij te houden. Tent opzetten, eten koken, tent afbreken, door steden slenteren, tevergeefs bellen, eten bij Grieks Cyprioten en doorzakken in cafés, op visite bij medekampeerders.

 Na vrijdag het kasteel te hebben bezichtigd in Edinburgh en na twee keer de Princessstreet op en neer te hebben gelopen, ben ik eerst om een uur of 4 tot 6 in bed gedoken en geweest. Daarna de stad in want geen zin in koken. Een rood cafeetje of pub, Royal Mile Bar, uitgezocht om mijn eerste pint te drinken. A paint of beer kennen ze niet, wel een heavy, special of lager of wat anders, dat had ik gauw in de gaten. Na één pint toch honger en tot Holyroad Palace doorgelopen, Eén eenzaam restaurant tegengekomen, wat ik op de terugweg bezocht. Een goed idee bleek, want het eten en drinken, Greek Moussaka + 0,5 (neen ½ ) liter Italiaanse wijn + koffie voor £4,15 is niet te duur en de kwaliteit was uitstekend evenals het personeel/eigenaar (Grieks Cyprioot). Daarna weer een pint bij de Royal Mile Bar en na een 2de pint kwam de muziek, Tom McEwan, één van de beste zangers/spelers, die ik ooit live gehoord heb. Een bandje van hem gekocht en een praatje gemaakt en een versje over hem geschreven Dit was de aanleiding voor een gesprek met een vreemde pief, een kunstschilder bleek, beroeps. Ik kreeg wat acid van hem en hij evenals de zanger een pint van mij. Een tamelijk intiem gesprek gevoerd over seks en vrouwen, die die nog een paar kende. Hij zou mij meenemen. Maar de acid en/of de pints hadden me zwaar meegenomen. Om half twaalf ging de kroeg dicht, maar niet getreurd een andere kroeg, een soort Exit by Night was nog open. Na nog een pint en een pond geleend aan de schilder zag ik het niet meer zitten en ben weggegaan. De schilder wilde mee, maar die ben ik kwijtgeraakt. Zat en gelukkig of gelukkig zat reed ik door de sterren, die koplampen van auto’s moesten voorstellen, tweemaal naar de camping op en neer, want ik scheen mij iets verreden te hebben. Na een half uur en honderden sterren naderde ik de camping. De poort gesloten, maar toch keurig geparkeerd, gerend naar het toilet met 3 km/uur of harder gekotst recht in het toilet en de tent gevonden evenals de pyjama.  Draaierig in bed gekropen, acid of bier, ik weet het niet. Na twee? Uur zo nodig scheiten, toch het toilet gehaald, zelfs de broek naar beneden, wat een man.

’s Morgens op tijd wakker bij mooi weer, 2 boterhammen + 2 eieren gegeten en daarna (1 uur later) nog 4 boterhammen. Toen om ongeveer 12 uur toch afgeknapt en met een kater een beetje gerust. Daarna door Edingburgh getrokken en geprobeerd te bellen naar mijn moeder, maar dat lukte niet. Wel contact maar geld had een negatief effect, Disconnection. Weer bij de Griek gegeten en toen naar de tent. Trouwens dit keer was ik bijna stamgast bij de Griek. Er werden vele praatjes gemaakt en minder wijn gedronken.

 

De rest van de avond bij de Tilburgers doorgebracht. Een gedichten bundeltje gegeven, dat positief overkwam. Een partijtje geschaakt en hij kon niet schaken, dus ik won. Om twaalf uur naar bed. Echter last van mijn arm en mijn nek en dus slecht geslapen.

Vandaag, ik zie morgen wel weer. En versjes, nou neen, ik lees liever een stukje, onder de douche en vroeg naar bed (± 11 uur).

 

-                     Donderdag 30 Juli

 

Een rustige maar landschappelijk geweldig mooie tijd achter de rug. Zondag niet al te vroeg opgestaan, gedouched, gegeten, tent opgebroken bij extra mooi weer en rustig door Edinburgh naar het noorden richting Perth en Breamar gereden. Bij het uitkomen van Edinburgh twee Schotten meegenomen tot Perth want ze wilden richting Aberdeen. Ze zeiden nog minder dan ik en dat wil wat zeggen. Het waren trouwens nog maar jongetjes van een jaar of 16, die stonden te liften, niet te ver en op herkenbaar gebied. Maar toch al een dure rugzak leek me zo. Tussen Perth en Blairgowrie weer twee mensen meegenomen, een jongen en een meisje van rond de twintig, die al 3 uur hadden gezeten, gestaan. In Blaigowrie op een soort kampeerboerderij afgezet, 10 km omgereden. Het bleken Polen te zijn, ik weet niet waarvandaan Hij bood me een klein geschenkje aan, een 50 Zloty stuk uit 1981. Dat scheen zelden of  zeldzaam te worden. Vanaf Blairgowrie de Grampian Montains in met enkele zeer mooie stukken, een weids dal met een klein riviertje met op de mooiste stukken vele dagjesmensen, want het was immers Zondag. Kleuren groen en paars, bruin al ik me goed herinner, ja veel paars. Op het hoogste punt, waar een stoeltjeslift was, een Duitser meegenomen tot de jeugdherberg van Braemar, slechts een 15-tal mijlen, maar wel ver om te lopen. In ieder geval een mooi stuk om te rijden. Ook de weg naar Tomintoul en Grantown-on-Spey golft (tot 20% stijging) en blikkert van de tinten. Eigenlijk moeten de indrukken ter plekke opgeschreven worden. Gearriveerd in Grantown-on-Spey, een mooi camping, rustigjes de tent opgezet en het vorige stuk geschreven. Oh ja, ook gekookt, gedouched  en geslapen. Niet zo goed, over het algemeen niet, want mijn rechterarm heeft last van pijn scheuten, die ik ook voel.

De volgende morgen opgebroken en weer getracht te bellen, weer niet gelukt. Kaarten + postzegels op de post gedaan en vertrokken richting Inverness, doorgereden, twee Fransen meegenomen, die goed Engels spraken maar niet veel te zeggen hadden. Het waren zogenaamde punt- of rondom gangers, die de kust van  het Groot-Britse eiland proberen te peilen en zo veel mogelijk punten meenemen. Fransen zijn daar over het algemeen goed in. Het is een wedstrijd, wie de snelste en met de grootste rugzak de punt rond en de ronde punt. Ik niet dus. Bij Muir of Ord ging ik naar het westen en zij naar het Noorden. Zo ongeveer waar het mooie stuk begon bij miezerig weer, een Ier meegenomen, een Noord Ier uit de Co. of Londonderry, de eerste lifter die ik met plezier heb meegenomen. Hij was een topatleet, oriëntatieloop, niet zo jong meer en onderwijzer, een lezer genaamd Alistair. Die naam ben ik verschillende keren vergeten, maar nu via Alistair McLean vergeet ik hem niet meer. Hij heet trouwens Cambell van achteren, want zijn adres heb ik ook. Na een paar mijl een Australiër, een globetrotter, meegenomen, iemand, die twee jaar gewerkt en daarna ontslag genomen heeft om 9 maanden door Europa te trekken. Een Einzelgänger als Alistair en misschien ik. Leuk gepraat over reizen, landen, DDR etc., over andere zaken, die me de volgende keer wel te binnen schieten en ondertussen gekeken naar het vibrerende Schotse land, de westkust in zijn pracht met bruin en miezerige regen, met zee en tropische tuinen. Het begint weer te miezeren. Hopelijk is het morgen droog. In Gairloch is de Australiër, Peter, uitgestapt , heb ik Alistair naar de herberg gereden en ben zelf naar de camping gegaan. Volgens Alistair is herbergieren (jeugd) het beste om te trekken. Je ontmoet veel meer mensen om een praatje te maken, het is gezellig en de herbergen zijn van goede kwaliteit. Volgende keer zal ik ook herbergen, maar niet elke dag, want tent is zelfzijn en zelfworden, soms ook eenzaam.

Ik was vroeg op deze strandcamping, nog net de tent droog opgezet, langzaam gekookt, een praatje gemaakt met drie of twee verwonderde Schotse jongens van een jaar of 14,15 uit Dingwall, verwondert over mijn uitgebreide koken, verwondert over mijn berg eten, ja te veel, die vroegen en vragen stelden over wie en wat en waarom en mijn borreltje onder het eten. Daar ik om een uur of acht een afspraak met Alistair had om een pintje te vatten, kon ik rustig eten, rusten, douchen en om acht uur bij de herberg zijn. Niet zo’n grote maar wel gezellig, leek me, zelf koken, een beetje rotzooi en om half elf sluit de poort.

 

      Een pintje gevat in een pub,na een half uur kwam er een Duitser en twee Franse meisjes, ook puntgangers, langs. De Duitser, een verpleger uit Neurenberg,ik ben zijn naam vergeten, wilde in Londen werken voor een maand en toen dat niet ging, is hij maar met vakantie gegaan, met weinig geld, af en toe slapen in de auto, dan weer in de herberg. Hij had Alistair op de Orkney eilanden ontmoet, een vrolijke Frits, die een cursus ‘intensive care’ ging volgen en dan naar Nieuw Zeeland gaan. Ook Alistair ging in Januari, op basis van uitwisseling, een jaar naar Nieuw Zeeland. Dat is mogelijk in de Commonwealth . De Franse vrouwtjes, die naar 5 jaar Engelse les even slecht Engels spraken als ik Frans, waren onderwijzeres, Clair, en gymnastiek onderwijzeres, Marie, uit Normandië als ik ze goed begrepen heb. Naar een aantal pinten mijnerzijds en 4 wiskeys voor de Fransinnetjes, teruggegaan naar de tent en weer niet zo goed geslapen, de arm je weet wel. En bovendien regende het de volgende morgen, zodat de tent nat meemoest, eerst de binnentent afgebroken en daarna de soppige buitentent achterin de auto. Ik zelf ook doorweekt, want het bleef miezeren.

      Sindsdien tot nu toe is er geen intensief contact geweest met één of andere persoon. Soms zou ik wel willen, andere keren niet En toch heb ik moeilijkheden met contacten, niet alleen mensen, ook drempelvrees om gebouwen binnen te gaan, postzegels te kopen, restaurants, waarom geen bed en breakfast. Mensen aan te spreken, deelnemen aan onganse zaken op een feest als ik daar niet voor ben geprepareerd. Initiatief ontbreekt, initiatief op de korte termijn. Te teruggetrokken, niet ongelukkig daardoor, maar arm aan intermenselijke belevenissen. De reis maar Skye en het verblijf de volgende keer, misschien morgen.

 

-                     Vrijdag 31 Juli

 

Het regende natuurlijk weer, toen ik de tent opbrak. Tussen twee haakjes, ik schrijf dit op de veerboot van Armadale naar Mallaig, dus het regende, eerst de binnentent afgebroken en de buitentent nat achterin gepakt. Rustig weggereden, alleen met het landschap en de auto.

De tocht was de mooiste tot nu toe, blauw groen bruine vergezichten, verduisterd door laaghangende wolken, scharen van wolken rond de kale bergtopjes, kaal, je kon ze niet zien. Tientallen bruin- en groentinten overdekt door grijs en zwart. En na elke bocht weer een ander gezicht. Ik heb de omweg via Applecross genomen, waarschijnlijk het mooiste stukje Schotland. Ook een single track road een éénsporige weg met af en toe passeerplaatsen. Hellingen tot 20% en bochten tot 180 graden. Na Applecross kwam de enige echte pass, die ik tot nu toe in Schotland heb gezien, een pass van 650 m, nou ja gezien niet, want er was alleen mist, laaghangende bewolking en stenen en een steile helling niet geschikt voor caravans etc.. Ik nam de weg en werd opgenomen door de wolken, zo dicht, dat de auto bijna niet rood meer leek maar alleen grijs, donkergrijs. Naar de top van de helling snel naar Skye of de veerboot gereden, een snelle overtocht en een langzame rit naar Portree en daarna 14 mijl verder de tent opgezet. Het waaide en regende en ik baalde want alles was nat en het wilde niet lukken, de wind, de regen, de kilte. Maar na een half uur stond ie, de tent en ik ben aan het koken geslagen, een borreltje erbij en een langzame ontdooiing en een omslaan van de stemming tot een zekere blijheid, geborgenheid en geluk. Veel gegeten, een uurtje gerust en afgewassen, het was al half tien. Rustig gedouched, brrr, in de pyjama en een beetje gelezen in Herman Hesse’s   ‘voetreis in de herfst’ toch ingeslapen en de volgende morgen was het weer veel beter. Laat opgestaan, langzaam ontbeten met brood, melk, kaas en jam en aan een klein rondtochtje begonnen over het eiland. De radio luidde een huwelijksplechtigheid in, ene Charles en Diana. Daarom was ook het Dunvegan kasteel gesloten (bijna aan de overkant).

 

-                     Zaterdag 1 augustus 9.20 uur

 

Ik heb Mull niet gehaald. De tijd was er wel maar de onderschatting van de ‘single track road’ deed me de das om, toen een Franse familie om de hoek kwam ben ik iets te ver naar rechts (links) uitgeweken en langzaam gleed het rode vehikel de sloot in. Een schrik, die zich niet direct uitte, de Fransen geschrokken, ik rustig maar met de gedachten: ‘Daar gaat de rest van de vakantie’. Een voorbijganger, die ter plaatse woonde heeft een garage gebeld, maar na een half uur kwam er een plaatselijke boer in een Toyota Landrover voorbij, haalde een stuk kabel en heeft me eruit getrokken. Alles functioneerde nog, zelfs de uitlaat was niet gebroken. Dat zou een moeilijke zaak worden want Alfa’s zijn in Schotland nauwelijks te vinden en derhalve Alfa garages nog minder evenals onderdelen. Ik heb de ANWB reis- en kredietbrief alvast doorgelezen. Je weet nooit wat er nog gebeurd in deze verlaten streken. In Lochaline ben ik toen in een hotel gedoken. Stevig gegeten en wat (5) pints of lager gedronken op de goede afloop (tot nu toe) Ik zit bij de veerpont bij ongelooflijk mooi weer in een T-shirtje te schrijven wat de afgelopen dagen gebeurd is. Een boottochtje, een volksfeest, een soort braderie met allemaal kleine dingetjes en typisch voor Schotland. Schotland, het gooien met Haggish en het eten van Haggish. Wat het precies is, weet ik niet, misschien 1,5 pond varkenhersenen in zult of zoiets.?

 

-                     14.00 uur

 

Wat zou je ervan vinden om jezelf terug te vinden aan het strand van één van de West-Schotse eilanden in een korte broek en met een naakt bovenlijf? Zo zit ik er nu bij. Ik kan niet zeggen, dat het zeer heet is, want de wind zorgt af en toe voor een afkoeling maar zonder wind zou het niet om uit te houden zijn. Dit Mull is op het eerste gezicht een mooi eiland, maar van campings hebben ze bijna niet gehoord. Ik zit op 3 km afstand van Tobermory op een plaats dewelke voor een camping moet doorgaan. Er is één wasbak en één toilet voor alle aanwezige mannen en hoe je een waterzak moet vullen is mij een raadsel. Met het kleine keteltje is het mij tenslotte gelukt. Trouwens Tobermory is een leuk dorpje, één winkelstraat langs het water. Inkopen gedaan en nu een toertje naar het strand, erg rustig, misschien 20-30 mensen op een paar hectare en 2,3 pootje baders. Het water wel koud zijn maar straks ook even proberen. Misschien wordt ik nog een beetje bruin, maar dat hoeft niet. Het aantal wolken wordt steeds minder, slechts ver in zee een rijtje schapenwolkjes, geklemd tussen twee heuvelruggen, die deze baai omzomen. En geen enkele Schot in een badpak of zwembroek. Waarschijnlijk hebben ze die niet. Wel talloze honden. Laat dit voldoende zijn voor het ogenblik.

 

-                     Zondag 2 Augustus 1981

 

            Vandaag het tripje naar Iona, het beroemdste Schotse eiland, daar waar de kerstening van de Britse eilanden en misschien van Europa is begonnen. Ik weet niet of Bonifatius  ook hier gestart is maar qua tijd is het best mogelijk. Immers de eerste man hier St. Columba is in 594 gestorven en Bonifatius is in 754 bij Dokkum vermoord (tsjonge wat een geschiedenis). Gisteren was een rustige dag. Na twee uur zonnen op het strand weer een mooi tochtje gemaakt. Waarschijnlijk zijn op Mull de mooiste plekjes van Schotland ook met zeer veel geschiedenis en toch rust. Over 30 mijl doe je zo’n 1,5 á 2 uur, je moet wel die rust kunnen opbrengen. Ik wilde na een zeer overvloedige maaltijd gisteren nog de pub in, maar toch maar niet gedaan. Misschien vanavond na een restaurantje. De camping geeft me weer wat reserve betreffende de besommes, die ik me had voorgenomen uit te geven. Dat lukt me toch niet, dus kan het wel een keer. Een goede wijn zou ik graag een keer willen proeven, maar dat zit er hier niet in. Misschien zaterdag over een week. Mmmm, isn’t it?.

 

De Vrede

 

De zee kabbelt vredig met een ruis

Monotoon en zacht, vloeiend en met

De macht te versterken en te verschralen.

De zee straalt de groene vrede uit,

De groene vrede van water en land,

Die de mens nog moet vinden, die

De mens nog moet zoeken. Dat kan, zoeken,

Dat mag, zoeken naar vrede

Mag? Van wie? Van de bergen en

Dalen, rivieren en kanalen in het

Oneindige. Een blauw, zwart, bruin,

Groen, paarse God, die het lot

Van ons allen bepaald? Neen, de

Kern van onszelf, de mens, die

Zal de vrede zoeken en vinden!

 

 

 

Haar ogen

 

Rustig en kalm keek ze me aan.

De  ogen, groen-blauw, omcirkeld

Met stralen gezicht. Ik kon

Niet nalaten mijn blik neer

Te slaan, kon niet altijd die

Pracht bewonderen, die macht

Erkennen van haar ogen.

En toch te mogen kijken voor

Even om in haar te leven

Via haar ogen, haar te zijn,

Haar te voelen, zacht, vredig

En even met haar te leven.

 

-                     Dinsdag 4 Augustus; 12.40 uur

 

Een dagje Iona is vermoeiend vooral als je daar 200 km voor moet reizen. De Abbey en enkele andere dingen waren wel aardig, maar te zeggen, grandioos, nou neen. Wel heilig, zeer heilig en elke vierkante centimeter van het eiland is bekend. Er zijn talloze foldertjes, kaartjes, aandenkens etc., maar het ook maar een eiland zonder discotheek, waar hopen dagjesmensen komen om het heilige te proeven Smak, smak. Het weer was niet geweldig, alhoewel het droog was, maar koud,, schraal en winderig. Teruggereden met een chemisch student uit Sheffield en gaan eten in Tobermory. Een soep. Een halve liter wijn en schelvis met aardappels en een pietje groente, slablaadje, tomaatje, komkommerschijfjes en rijst. Redelijk an smaak vooral de saus. Een tafeltje verder zaten twee Nederlanders, een vrouwtje en een mannetje en zo rond de koffie kwamen we met elkaar in contact. Ik bij hun aan tafel. Sonja (21) en Ruud (bijna 26) uit Amsterdam, beide Nederland en Engels studeren (MO). Wonend aan de Albert Cuyp, dus lekke rustig hier. Zij had een weekje op een boerderij aan de Schotse grens gewerkt, wat precies weet ik niet, maar duidelijk een tikje overspannen ofwel paranoia zoals ze zelf zei. Leuk gepraat over allerlei levensbelangrijke zaken zoals kernenergie, geweld in en om het huis, de junkies in Amsterdam, de rust contra de drukte etc.. Een uurtje was zo weg. Toen de pub in en een paar flinke pints of McEwan gedronken. Toen het over literatuur begon, heb ik ook mijn bundeltje gememoreerd, geen techniek, wel emotie. Ze was duidelijk belangstellend en zo hoort het ook. Twee bundeltjes + adres gegeven en hun adres teruggekregen. Nog even gepraat met een Schotse moeder en dochter, maar de pub ging om 11 vuur dicht. Vaarwel gekust en au revoir maar waarschijnlijk zie ik zo nooit meer terug of wie weet.

 

      Een vermoeiende dag, al met al en de maandag, met slecht weer, was een ingelaste rustdag. Alleen ’s middags een klein tochtje gemaakt na de ‘Old Byre’, een soort miniatuur schouwspel met geluid over het leven van Mull in 1840 en 1890, de voorwerpen, het wonen, met z’n tienen op 25 m2. Wel interessant, maar niet zo groots als werd voorgesteld. Maar daardoor toch wel aardig en plezierig.

 

      Tot mijn schrik bemerkt ik ’s avonds, dat ik geen motorolie meer kon meten. Ik dacht, de auto staat schuin, maar dat was het niet. Bij een benzinepomp is 3 liter olie bijgevuld, een verbruik van 1 liter olie op 100 km, een beetje te gortig. Ook nog een paar postzegels voor Ronald gekocht en nu zit ik al een half uur op de pier van Fishnish naar Lochaline. Ik heb het programma grondig veranderd. Geen eilanden meer en een beetje vrij door de natuur crossen. Toch nog wandelen? Wie weet?, maar vanavond in een hotel, in bad of onder de douche. Dat was op deze camping niet mogelijk. Weer lekker fris, ja gezellig of vrij. De middagpauze neigt naar een eind. Het is lekker weer en ik voel me beter dan gisteren. Het lijkt op Schotland en het is het ook. Ik zweef met de wolken scharen mee over de bergen en waters. Hopelijk houdt de auto het. Het is 4 Augustus in de middag. Lust je nog peultjes? Ik wel!

 

-                     Donderdag 6 Augustus 14.30 uur

 

Ik ben gearriveerd in het Dumpfries/Galloway gebied, een zeer geliefd gebied voor vissers en wandelaars, maar niet voor buitenlanders, want die heb ik er nog geen gezien. Ik zit boven een meertje op de wandelroute rond het meertje, Zelf heb ik een roodblauwe rugzak met daarin dit boek, een paar kaarten, brood en koffie, twee truien, antimuggen spray en nog een paar dingen, oh ja appels. Net komen een paar voorbijgangers voor bij. Een vader met rugzak en een dochtertje, misschien wel Fransen, want ze lopen ook met de klok mee, terwijl de route tegengesteld uitgezet is.  Voor mij een paar grijs, neen bruingeel, groene bergen met daarboven een grijszwarte lucht, vandaar de jas. In het licht een smal beekje op, waarvan de uitmonding in het meer niet te zien is. Uiterst rechts een iets bredere rivier, waarvan de watervallen hier te horen, maar niet te zien zijn door het donkergroene bos wat ervoor ligt. Tegen deze helling een combinatie van dennen en heide. In de paarsgroene heide iets wittigs en kleine gele en blauwe bloemetjes. Natuurlijk varens, veel varens. En ik zit er midden in, terwijl dit drukbelopen pad een meter voor mij ligt. Scharen mensen lopen voorbij, de één vermoeid de ander vrolijk, groten, kleinen van vier tot zeventig. Dit pad, net als de andere paden, breken het landschap in stukken, geeft de wegen weer, die we moeten gaan. Andere wegen zijn ook mogelijk, maar die zijn moeilijk en de kans om je nek te breken, is groter. Alleen het kan er mooier, éénzamer, lieflijker en echter zijn, Een beek, waar niemand komt, een plek midden in het bos voor je alleen met bomen mooier, groter en meer beschermend dan elders. De vliegen hebben mij hier alleen, talloze vliegen, maar vliegen doen geen kwaad, die horen bij de geluiden van wind, water en natuur.

 

            Nog even, eergisteravond, na een mooie route en vier lifters, twee Franse meisjes en twee Engelse jongens, die ik vanaf Mull via Morvern en Glen Goe in Inverary afgezet heb. Een leuk dorp in het westen, richting Kintyre. Na vis en bad in een pub om de hoek gezeten te drinken gegeven aan dronken Schotten en een Duitser uit Bremen. Nog even poolgebiljart, maar dat is te moeilijk, de Schotten hebben meer ervaring.

 

            Gisteren was niet zo’n interessante dag, richting Glasgow, Ayr hier naar toe, in de buurt van (de naam ben ik vergeten). Wat een schokkende omgeving om te wonen. Smerige huizen tussen smerige fabrieken. Oh ja, gelunched bij de Chinees, Chop Choy voor £1,50 en gepraat met een Schotse werkman over politiek en werkloosheid. Het dringt nu pas tot me door, dat hier de werkloosheid zo groot is (tot 25% in sommige plaatsen) en dat de Schotten uitgebuit worden door de Engelsen, vinden ze. En fel anti-Engels zijn ze. Een ander punt, dat deze Schot aanvoert, is de productie van Westerse Fabrieken in Oost-Europa en de export van westerse goederen uit Oost-Euopa, Dunlop, Pepsi-Cola etc.. Misschien is dat in Nederland ook verkrijgbaar. Trouwens een interessante ontwikkeling zou dat zijn, niet produceren in Azië en Afrika vanwege de goedkoopte, maar in Oost5-Europa. Misschien is daar meer van bekend. Trouwens tijd om verder te lopen.

 

-                     Zaterdag 8 augustus 14.40 uur.

 

Ik ben net een supersteile helling afgedaald , wilde een mooi plekje uitzoeken om iets op te schrijven, maar ben maar weer verder afgedaald want het begon hard te regenen. Gisteren na een supersnelle tocht, ben ik in het Lake District terechtgekomen. Na enig zoeken een relatief eenvoudige en voor Britse begrippen goedkope camping gevonden. Stond notabene in het ANWB gidsje. Het weer is vandaag niet al te best. Vanmorgen regen en nu druilt het af en toe enige spetters. Gisteren even in Keswick geweest, geen mijl van de camping, maar veel te toeristisch. Nabij de camping, ongeveer 5 meter, is een public bar en die was een stuk gezelliger. Twee West Berlijnse  jongens/mannen getroffen, die stevig aan de tetter waren. Echte arbeiders, de één, een dikke genaamd Michael Weber, en de ander iets dunner genaamd Norbert Brennstedt. Veel in het Duits gepraat over hasjiesj, Norbert bleek namelijk een stevig gebruiker. Hij heeft me uitgenodigd om eens een keer een waterpijp te komen roken. Eén teug staat volgens hem gelijk aan drie joints. Maar het is wel duur. Eén gram hasjiesj kost in Berlijn 12 tot 15 Mark. Dat is niet meer te betalen voor een eenvoudige arbeider. Misschien drinken we vanavond nog een stevige pint.

 

      Vandaag iets inkopen gedaan in Keswick, na een zeer langzaam ontwaken vanmorgen. Tussen wakker worden en opstaan ligt minstens een uur soezen en een uur zitten. En zo hoort het ook in de vakantie. Na Kellogs Cornflakes en een beetje wassen, vanavond een douche, dus in Keswich inkoopjes gedaan. Geen souvenirs gekocht voor wie dan ook. Ik geef eenieder liever een bloemetje of een etentje. Wel druk met een klein marktje. Voor het eerst fish en  chips gegeten, een soort patates frites met mayonaise en een bamibal. Een hele hap voor 74 p (f3,70). Er wordt een vierkante bak gepakt, voor de inpakkers een merkwaardig gevormd zakje, 12 m lang en 5 cm diep plus een krant, daarin gaat wat chips, een beetje bleek, en daarop een grote gebakken vis. Er wordt gevraagd of er wat zout opmoet en bij positief beantwoorden van die vraag, wordt er zout op gegooid plus één of andere merkwaardige saus, die indringt in de patates en de vis. Dit geheel ongeveer één pond in gewicht.. Moet al lopend of al zittend op straat worden opgegeten, want afhalen en wegwezen. Nou ik heb het geweten, meer dan 1 ½  uur geleden en nog zwaar op de maag.

 

      Ik ben bezig met een rondritje door het Lake District. Ik wilde ietwat gaan wandelen, maar de bewolking komt steeds lager en het wordt steeds donkerder. Deze weg is zeer mooi om te rijden. Langs het Derwentwater veel bomen, groen en groenblauw van het water, maar hier bij de pas ontzaglijk veel stenen, kaal en groene tot blauwgrijze van 1 cm tot enkele meters in diameter. Een koud klaterend beekje zou dit dal moeten hebben gemaakt, niet voorstelbaar. Vanaf de pas , 420 meter hoog, kom je als het ware in een groengrijze put terecht. En bij dit weer zit er nog een grijs dak op ook. Indrukwekkend de natuur. Steeds weer verschillend, simpel dit stuk met stenen en grijs maar tsja, I don’t know, the nature itself.

 

-                     Zondag 9 augustus 16.00 uur

 

In tegenstelli8ng tot gisteren is het prachtig weer, goed voor een bergwandeling, waarvan er hier in het Lake District honderden zijn. Eén van de hoogste bergen uitgezocht bij het Thirlmeer, de Helvellijn  iets over de 900 meter hoog, één van de hoogste bergen van Engeland. Nou ik heb het geweten, ruim 1 ½ uur afzien, waarbij stukken , die bijna recht in de hoogte gingen. Maar mooie uitzichten!! Jammer genoeg was halverwege de berg het filmpje vol dus de rest moet in mijn hoofd bewaard blijven. Wel een rugzak meegenomen, maar als gordeltas. Dat wilde (wou) niet, want het boek prikte in mijn rug. En natuurlijk niks te drinken meegenomen. Wat zal de pils (pint) straks lekker smaken. De wind steekt een beetje op. Gelukkig een trui meegenomen, want van het zitten krijg je het koud. En natuurlijk een appeltje voor de dorst. De eerste schouder van de berg ontneemt een beetje het uitzicht rondom maar verder kilometers kleur, bruin, geel, en groen, paarsachtig zwart, wit en blauw en natuurlijk de brandende zon. Vele pieken, toppen, doorsneden door geelachtige wandelpaden en natuurlijk de muren. Waar de Engelsen dat vandaan halen? Stapels stenen aangeregen tot muren, dwars over de bergen, soms geen twintig meter parallel aan elkaar. Muren tot 1 ½ meter hoog en een ½ meter breed. Waar dat nou voor nodig is? Om de schapen binnen de perken te houden?

      Op een paar kilometer afstand staat mijn auto, d.w.z. ½ naar beneden en 2 kilometer naar het Westen. Minstens nog 1 ½ uur lopen. En iedereen is al naar beneden. Ik geniet nog na en kijk naar de wolken, die schaduwen vormen op de bergen, zwartachtige schaduwen op het groen en grijs. In de verte nog een eenzame wandelaar op weg naar nergens, zoals ik. Ik denk, dat ik de laatste appel maar pak, dit boekje dichtsla en langzaam de berg afklim. Na een kwartiertje wordt het moeilijk, dan moet de appel opzijn en ik kijken hoe het met de hoogtevrees gaat. Het meer in het vizier, de benen moe maar dapper en een bijna lege roodblauwe rugzak, in ieder geval van verre te zien.

 

-                     17.45 uur

 

Terug in de tent en het laatste blikje bier opengetrokken. Half ontkleed om de kleren weer een beetje te laten drogen. Het was de 2de wandeling van langer dan 3 uur in deze vakantie. Het bevalt wel goed voor een Einzelgänger. Die kan dan zijn eigen tempo bepalen, zoals ik dat de hele vakantie gedaan heb. ’s Morgens niet te snel en ’s avonds niet te langzaam. De afdaling ging in ruim een uur, hoewel ik bij het sreile stenenveld zeer voorzichtig ben geweest en mijn rechterknie niet geheel ongevoelig was. Het was een stuk rustiger dan op de heenweg, veel minder rustpauzes. Toen de hartslag regelmatig boven de 160 nu nooit boven de 140 en geen vermoeidheidsverschijnselen. Op de heenweg heb ik wel 20 pauzes van 1 á 2 minuten ingelast om het hevige kloppen van mijn hart tot beneden de 120 te laten zakken en dat ging zeer snel. Nu een uurtje rusten, dan even verfrissen en eten in Keswich om een uur of acht. Misschien nog een afzakkertje in de bar bij de camping. De twee Berlijners zijn weer naar het Zuiden vertrokken. Die hebben gisteren ook aardig wat bier en whisky geladen. Ik misschien 3 pinten en 2 whisky’s. Het was wel gezellig alhoewel weinig interessant gepraat werd.  Maar dat hoeft ook niet altijd. Morgen breken we weer op en gaan 50 tot 100 kilometer naar het Westen, neen Oosten naar één of andere camping met zwembad bij Appleby. Twee dagen blijf ik daar, denk ik, en dan nog een dagje in een hotel met eventueel kastelen en mooie gebouwen, abdijen bezoeken en Donderdag moet ik om 5 uur weer in Hull zijn. De laatste dagen kalm aan. Ik heb nu 3400 km gereden. Veel boven de 4000 hoeft het niet te worden. Een samenvatting geef ik nog niet, want dat is voorbarig. Je weet nooit, je weet wel.

 

-                     Dinsdag 11 Augustus

 

Weer bijna op een top van een berg. De 3de redelijk grote wandeling en waarschijnlijk ook de laatste in deze vakantie, want de rugzak begeeft het bijna. Een slechte kwaliteit. Ik zit hiet op een bultje gras vlak naast een klein beekje. Ten Zuiden van mij kijk in ongeveer 300 meter in de diepte. Een zeer nauw dal, Nick Cup Hill, in het Pennines gebergte of geheuvelte, met daarin een minuscuul klein beekje, die dit veroorzaakt moet hebben. Zoals heel Engeland en Schotland is alles groen en grijs met een paars tintje. Boven mij varieert de kleur van lichtgrijs naar donkergrijs, niet al te best weer dus met een licht, luchtig, tamelijk fris windje. De scapen blaten, dat het een lieve lust is. Waarom ze dat doen is mij niet duidelijk, want het gras is groen en water genoeg en de aanwezige mensen hier zeggen ook niet veel.

 

      Ik sta nu op een camping in Appleby. Het schijnt een supercamping te zijn. Er is een zwembad en er zijn gratis douches, maar de temperatuur van het water beider is ongeveer hetzelfde. Wel een redelijk goede winkel en de bekende televisie- en recreatie kamer, deze laatste gevuld met elektronische oorlogsspelletjes voor de kinderen en weer poolbiljarts van een onbeduidende kwaliteit. Dulleme weer geschrokken van een blatend geiteschaap vlak in mijn oor. Hij of zij wil niet ophouden en houdt me voortdurend in het oog. Vandaag is een rustige kampeerdag met een wandeling van 2 ½ uur naar boven en naar beneden en de laatste kampeerdag van deze vakantie. Morgen (woensdag) breek ik op en ga in een hotel. Ik heb nog geld over, ongeveer 75 pond (f420,-), waarvan nog 15 pond voor benzine 10 pond (gemiddeld) voor een hotel, 10 pond voor eten, dus is er nog een speling van 30,40 pond. Misschien een duur restaurant. Donderdag misschien nog Jervaulx Abbey en dan naar Hull voor de boot. Vrijdag dus weer in Nederland om lekker de kranten van de laatste vier weken te lezen. Ik heb nog geen Nederlandse noch Engelse krant gelezen, dus is er wat in te halen. Nog een rustig weekend en dan weer aan het werk en de dagelijkse beslommeringen. Nu nog niet zover vooruit kijken rustig aan met de geit. Eerst weer naar beneden,  naar de camping, een pilsje een borreltje. Hé, daar gaat een vliegtuig beneden mij voorbij. Ook een raar gezicht, door dit nauwe dal. Het schijnt hier nogal een militair oefenterrein te zijn. Nou ja, dat is jammer maar helaas. De inspiratie is op, de stenen, het gras, de aarde gelukkig nog niet!?

 

-                     17.30 uur

 

Terug op de camping gearriveerd. Mijn stemming is weer een stuk beter. Heb gebruik gemaakt van het zwembadje hier op de camping. Als je erin duikt, stoot je je kop aan de overkant. Maar het is wel even verfrissend en ik hoef vanavond niet onder de douche. De terugwandeling was aardig, niet zo indrukwekkend en tamelijk snel. Toch wel enig vocht verloren onderweg, die ik nu heb aangevuld met bijna een pint of milk. Heb nog twee pinten bier staan en 1/5de jenever. Dat krijg ik allemaal niet meer op, maar dat hoeft ook niet isn’t it? Ik eet vandaag gemakkelijk. Een blikje met alles, kasserol of zo, twee halve komkommers en ik denk vruchten na. Moet mijn natte zwembroek nog even uittrekken, want dat kookt zo ongemakkelijk. Vanavond maar een aantal borreltjes binnenwerken en morgen rustig vertrekken.

      Ik heb het gevoel, dat het einde van de reis is begonnen, want de tekst gaat nu meer over wat komen gaat dan wat is. Mijn sokken stinken en mijn arm doet zeer, nog steeds. Het lijkt me moeilijk om contact te krijgen met de Nederlanders van hier tegenover, Friezen, misschien Groningers in Engeland. Ze zijn nogal op zichzelf, die twee, want de andere twee zijn vertrokken. Ik heb het gevoel, dat ze niet goed met zichzelf weten aan te vangen, maar dat hoeft natuurlijk niet waar te zijn, nogal wiedes.

      Voor mij wordt het weer tijd voor een groot doorzakfeest, zwelg dinges met dansen. Hoe zouden de van Dijken het er af brengen en mijn moeder en Ronbald? We zien wel. Mijn moeder zie ik waarschijnlijk komende vrijdag weer terug. Tien dagen zal voor haar wel een hele tijd zijn geweest of misschien niet.

      De natte broek uit, de lange broek aan en dan lekker rustig. (Renault met eenzame vrouw, blond Deens meisje op boot).

 

-     Woensdag12 Augustus 16.15 uur

      In de kathedraal van Ripon speelt of liever oefent het Royal Symphony Ochestra één of ander concert. Vandaag heb ik de Yorkshire Dales bezocht en ik moet zeggen, er zijn onwaarschijnlijk mooie stukjes bij. Het is niet zo’n lange tocht vandaag, een soort uitluiden, letterlijk, van de vakantie. Daarna heb ik een ruïne van een abdij bezocht, een knaap van een abdij in een heel mooi park gelegen. Het had vandaag geen zin om me veel te bewegen dus het park is links blijven liggen, alleen de abdij heb ik gezien en het gras rond, in en om de abdij. Een mooi stukje bouwwerk moet dat geweest zijn en groots. Wel veel toeristen. Nu zit ik dus in de kathedraal van Ripon een plaatje van 10.000 inwoners midden in Yorkshire. Niet zo’n grote kerk als in York, wel mooie gebrandschilderde ramen en een mooi orgel. Verder vrij sober met hier en daar een paar plakkaten. De bibliotheek niet bekeken want die lijken allemaal zo op elkaar, veel boeken.

      Deze één na laatste dag in Groot-Brittannië is wel geschikt om een resumé te maken. Niet en detail.

-                                 Een eerste punt, dat moet worden opgemerkt, is de prachtige natuur. Je moet eigenlijk een gedeelte doen en dan wandelen of evt. fietsen. Er zijn vooral in Engeland talloze wandelaars (lange afstand) met grote rugzakken en grote stappen.

-                                 Een tweede punt van belang is het reizen alleen. Hierover moet ik nog eens stevig nadenken. Het maakt eigenlijk weinig verschil voor mij want in pricipe reis ik altijd (bijna altijd) alleen door dit leven. Ook de vorige vakanties met 2,3 of 4 heb ik feitelijk alleen gereisd. Er is geen geestelijk of lichamelijk contact met iemand anders geweest. Ik heb ook bijna altijd alleen in een tent geslapen. Eén of tweemaal een licht contact met iemand of iets?, geeft me geestelijk voldoende bevrediging om gelukkige momenten te kennen. Dat is in deze vakantie zo geweest, dat blijft misschien zo. Weliswaar kunnen avonden met meer personen gezelliger zijn, maar die dagen kunnen ongezelliger zijn. De wandelingen, die ik heb gemaakt, dat moet ik meer doen in een vakantie. In het warme zuiden is dat niet mogelijk, dus zijn vakanties op onze breedte of noordelijker bijna nooit zakelijk.

-                                 Het was één van de betere vakantie met weliswaar een  paar down ogenblikken, maar met meer ups. Aan Riet heb ik in de laatste twee jaar nog niet zo weinig gedacht dan in de laatste vier weken. Weliswaar ben ik haar niet vergeten en vooral ook niet de liefde maar het lijkt wel of het spreekwoord ‘uit het oog, uit het hart’ een beetje opgaat. Het is alleen jammer, dat bij mij zo weinig vermogen ligt om voor in de plaats te komen. Mijn hele leven heb ik nauwelijks iemand aangeraakt, behalve dan handenschudden en ik ben er niet dood aangegaan. Ik ben er niet ongelukkiger of gelukkiger door dan de meeste mensen, die ik ken. Het lichamelijk contact is dat wat mij ontbreekt t.o.v. andere mensen. Ik ben bang andere mensen of zelfs instanties, dingen te benaderen en wordt gauw moe van contact.

 

De repetitie van het orkest is afgelopen, de kerk is bijna leeg, alleen zou God, Jezus Christus er nog moeten huizen, in ieder geval in geest. Soms kan ik ze voelen, nu weet ik het niet. Het is tijd om er vandoor te gaan.

 

-                     21.15 uur

 

Ben op één of andere manier vreselijk moe na het eten. Gedineerd (en hotel) in Helmsley, hetzelfde hotel waar ik de eerste dag de lunch genoten heb. Zit in de televisie lounge met een aantal min of meer duffe oude dames en heren. Tijdens het diner heb ik een Engelse manager van ICI ontmoet, die ook regelmatig op Rozenburg komt. Een beetje gepraat over de economie van Nederland en Groot-Brittannië. Er zijn 3 ½ miljoen werklozen over op 55 miljoen inwoners, een hele hoop.

Ik voel me als een eend in een vreemd nest. Iedereen is stil, zegt niks, geeft een rare sfeer en situatie, alleen de televisie zegt iets. Waarom schrijf ik eigenlijk iets op. Ik zit hier en de anderen zijn er niet. Ik zou me naakt uit kunnen kleden, maar ja het/de fatsoen laat dat niet.

 

 

 

Sleur

 

Gek, dat ik hier zit alleen

Tussen mensen, die niets zeggen,

Die niets te zeggen hebben dan

Kijken naar de televisie, gapen

Als apen, slapen, maken het

Leven een kopie van

Het reële leven. Ik ben er

Eén van. Ik doe mee met

Deze gezapigheid, inslapen

Van leven of niet. Ben ik

De uitzondering op de regel?

Geef ik mezelf over aan

Dit klootjesvolk om het

Karakter te kennen , om te

Weten wat in mensen omgaat?

De sleur van bijna allen om wie het gaat?

 

 

Vreten en Drinken

 

Eten, niets dan eten

Zondags in de avond

Drinken, niets dan drinken

Zondags in de avond

Daar in Keswick geheel alleen,

Een tafel voor één, genoeg

Tafels voor  één, voedsel

Genoeg, nu na de kroeg

Om door te zakken, jezelf

In te pakken in een lucht

Van drank, whisky en bier

Tot in je strot, maar niet kapot

 

Neen, steeds verder tot in het dal

Van het leven zonder jezelf

Te geven, zonder het te raken

Alleen weg te gaan tot in de

Hel van de verdoving. Jezelf

Niet meer te zijn zonder pijn,

Zonder schuld te voelen,

Zonder spijt, alleen geleid door

De ziel van jezelf. Die wil

Geen verspilling, die moet

Maar het doet je goed, soms

Uit te spatten, weg te wezen

Zonder jezelf aan te tasten.

 

Kleur

Ik kijk naar de berg en zie

De kleur, ruik de geur van

Oernatuur, bruin, blauw,

Geelachtig groen, de zon

Verandert de kleur, die je

Ogen zien, die je hersens

Waarnemen. Die indrukken

Worden in je vastgelegd,

Verankerd als een oceaan-

Reus aan de kade. Langzaam

Rijdt de auto voort en ik

Zie een palet voor me,

Zoals geen schilder zou kunnen

Verzinnen, kleur, geur, schoonheid.

 

 

Schotland

Momenten van geluk rijgen

Zich aaneen op de rand van

Dit dal. De wind ruist net

Genoeg om het water van het

Meer te doen fluisteren, zichzelf

Een verhaal vertellend uit een

Ver verleden over God. In kleine rimpels

Lacht het water me tegemoet,

Mij de eenzame genieter van dit beeld,

Dit stukje aarde hoog in Schotland,

Dit stukje in mij, van mij, voor mij.

 

Ziel

Al gaande zie ik de wereld

Voor mij liggen als een kruimel

Brood, een vlok om van te eten.

Maar alleen eten is niet genoeg

Om van tge leven. De geest wil

Drinken van al, het al waarvoor

Ik leef. De geest kijkt door

De wereld heen in de diepte

Van de ziel. God geef mij

De ogen, het gevoel, de oren

Om tot in de ziel te dringen,

Tot in de ziel van mijzelf.

Geef mij de kracht mij

Te herkennen zoals ik ben

God, geef mij het duwtje

Om over mijzelf heen te Springen, mij te laten geven

Om een ander. De remmen,

De angsten, waarvoor, waarom?

 

 

Ilse

 

Ik heb je gezien de afgelopen week en die week ervoor, ik heb je gezien vanuit mezelf in een toestand van geluk en ik kan er niet tegen. Ik kan er niet tegen, dat iemand zichzelf zo ongelukkig maakt of voelt. Waarom is dat eigenlijk? Misschien mag ik me er niet mee bemoeien, misschien zie ik spoken, maar dat denk ik niet. Ik, de eenzame, die ooit verliefd op je was, maar dat heb je waarschijnlijk nooit gemerkt. Daarvoor ben ik teveel een achtergrond figuur. Maar misschien heb ik je iets te vertellen, want ik ken de depressie, het verdriet, het alleen zijn. Ik heb ermee gevochten, misschien al dertig jaar, ik heb er onder geleden, een aantal jaren mar wat ik nu weet en voel is dat niet nodig. Geluk en alleen zijn zijn niet elkaar’s tegenpolen.

 

Plusminus

Vanavond ril ik van mezelf.

Vanavond zie ik me zitten in mijn

Stoel, een stoel om in dood te gaan,

Alleen, het licht aan het plafond

Trilt in mij mee, een zee van

Licht om in te verzuipen met

Ogen open, kijkend naar de dood.

Vanavond moet het gebeuren.

 

Moet het vanavond gebeuren?

Het leven moet gaan kleuren,

Goddomme, wat zit ik te zeuren,

De dood is ver en geen bedreiging

Voor de kerel, die ik ben. Ik

Ben toch immers gelukkig. Ik

Voel me blij, lekker en alleen.

Zijn is niet verdrietig, is soms fijn,

Het leven is de gein, is de kunst

Van over het leven te leven.

 

 

Menselijke God

De filosoof zit op de berg,

De hoogste berg, die er is.

Zijn geest is nog fris om de

Mensen te zoenen en zich

Te verzoenen met miljoenen

Intelligente beesten in het dal.

 

De filosoof zit op de berg

De hoogste berg, die er is.

Misschien is er iets mis met

De mensen denkt hij, ze

Doen zo raar, lopen door

Elkaar zonder elkander te zien.

 

De filosoof zit op de berg,

De hoogste berg, die er is.

Alleen denkt hij aan de

Mensen, waarvan hij er één is,

Was, God is hij geworden,

God en niets, wezenlijk niets.

 

 

 

Geluid in stilte

Momenten van stilte geven

Zoveel geluid in mijn lijf, je hoort

Het zingen in je met een geweld,

Dat je hoofd er van zwelt

In het genot en de gelukzaligheid.

 

 

Boem, groemm, zoemmm

Het hart slaat over en zinkt

In je maag. De longen puffen

Als een slaghamer op een

Zondagmiddag, één en al geluid,

Het spuit door je hersenen,

Het buit je lichaam uit tot

In de verste hoeken en gaten,

Niet over praten, afwachten gelaten.

 


POLEN (DEEL 1)

 

      Twaalf uur geleden zijn we vertrokken met 16 i.p.v. 17 mensen, want Hans Bosch is er niet. Wat er gebeurt is, is niet duidelijk. Twaalf vermoeiende uren zonder slaap voor mij. Anderen hebben wel geslapen of slapen nog. Mijn conditie valt me nog mee. Ik voel me niet kip maar toch, ik heb anderen gezien met wallen onder de ogen, met jenever de moed erin houden, met gebroken ruggen door gebrek aan ruimte. Met acht man in een coupé van  1 ½ bij 2 ½ meter valt niet mee. Warmte, zweet, brood met kaas en gehaktballen stinkern je tegemoet.

      Er is nog een Hollandse groep van zeventien op weg naar Polen. Veel jonger, veel meer lawaai, waarschijnlijk ook niet geslapen. Het verband binnen onze groep is er nog niet. We zij een aantal reizigers op weg, met verwachting, met mooi weer, met nog 12 uur onderweg, vanaf de Poolse grens naar Gdansk, vanaf het Westen naar het Oosten.

      Eigenlijk nog weinig geïnspireerd ben ik, een beetje dood in de kop, een beetje verveeld te schrijven, als maar die stoppende trein met lezende, slapende en breiende mensen, die eigenlijk nog niks wensen, het over zich heen laten komen, misschien dromen?

 

Dinsdagmorgen in Polen

      De laatste dagen zijn ondergegaan in vreugde en verdriet, drank en verbroken en herstelde contacten. De traditionele uitbarsting van Theo is gisteravond gekomen en ik kan er nog steeds niet tegen. Zo zeer zelfs, dat mijn vreugde, mijn levenslust opgebouwd in de vakantie in Schotland en Engeland bijna tot op het fundament werd afgebroken, dat ik bijna weer in het isolement en de depressie van een jaar geleden terechtkwam. En dat wil ik niet, mag niet, want het kost me mijn kop. Dit keer dacht ik, zou ik me kunnen laten gelden in de groep, zou ik iemand kunnen zijn, die iets voorstelde voor andere personen. En op mijn manier leek dat ook redelijk te lukken. Ik was iemand met inbreng, begrip voor anderen en begrip van anderen voor mijzelf. Maar gisteren ebde dat weer eg. Ik was weer onzeker, ook door de drank van Zondag, durfde ik me niet meer te uiten en was depressief. Niet de hele dag, ik heb getracht met mensen te praten en mensen te troosten met een gesprek zoals met Hans  Bosch. Als iemand na een aantal nare ervaringen tegen mij zegt: “Het hoeft niet meer”, dan is er iets mis, het is verschrikkelijk. Dat na 10 minuten praten er toch weer een lach afkon, gaf me meer vreugde dan een heleboel andere dingen bij elkaar. Hij is weer een stuk van de groep.

      Eén ding zit me ontzettend dwars. Ik kan totaal geen contact met Riet krijgen. Het is om te huilen, maar als ik naast haar loop of zit, kan ik ineens niet meer over koetjes en kalfjes praten, laat staan over belangrijkere dingen. Er zit een slot op onze relatie met zeven grendels. Ze wendt zich van mij af of ik niet besta, nooit bestaan heb. Misschien is het mijn eigen schuld, misschien heb ik het zelf verziekt, maar een normale omgang moet toch mogelijk zijn, moet! Wanhoop slaat toe en de mond is dichtgesnoerd.

      Laten we even chronologisch zijn. Donderdagavond de trein ingestapt, met z’n achten in één coupé. In Poznán uitgestapt en de stad bezocht. Wel grote gebouwen, geen echt centrum om van een winkelcentrum maar te zwijgen. Met een groepje koffie en gebak gegeten, eerst daarvoor geld zwart gewisseld. Onze eerste aanraking met het geld, de totale waardeloosheid van het geld sprak en spreekt nog steeds. Ook het totale wantrouwen in de Zloty als valuta. Dus koffie met gebak, wel lekker, vriendelijke bediening, moeilijke taal. Na wat slenteren terug naar het station en de trein en toen om een afgezaagde uitdrukking te gebruikeb, gebeurde het: De stormloop op de trein, een totale misachting van de mens, het in elkaar persen van mensen, zoals varkens in de bio-industrie, die ze nog niet kennen. De groep sloeg uit elkaar en stukjes bleven achter op het station, het huilen nader dan het lachen. Drie stukjes, Hans, Theo en Klaas bleven achter op het station, tussen andere achterblijvers. Na enige informatie bleek de volgende trein pas om half drie ’s nachts te vertrekken ofwel 9 uur wachten. Overleg wat te doen, blijven slapen in Poznan of ja, we zijn naar het duurste hotel gegaan en gedronken en geschranst. Het duurste van het duurste daarmee de conditie op peil houdend. Tot half twaalf hebben we dat volgehouden voor de prijs van 3500 Zl tesamen, het overgebleven geld was te krap voor een discotheek na de tijd.

      Dan maar 3 uur op het station lummelen, de warme wachtkamer met dodelijk vermoeide reizigers hangend over tafeltjes, de zwervers op de grond, snurkend van de drank, de eettent, de hele tijd ruikend naar te lang gekookte rooie kool en pies. Elke 5 minuten vertrekt een trein stampvol met mensen, maar soms is er vertraging en wij waren daar ook het slachtoffer van Negentig minuten te laat en het perron weer stampensvol. Nog net door de deur, gestaan, gezeten en geslapen op de koffers, toch de tijd redelijk doorgebracht, het 50ste uur van niet-slapen ingegaan..

      Gdansk bereikt, taxi genomen, andere jeugdherberg afgezet door de taxichauffeur. Bij de jeugdherberg weer geen slapen, want van 10 tot 5 gesloten en niet toegelaten. Dan maar de stad in, de steden want Gdansk, Sopot en Gdynia zijn aan elkaar gegroeid als Twente in 2000.

 

-                                 12-2-1982

 

Lang is het geleden, dat ik in dit boek heb geschreven. Polen, nog vers en toch vergeten. Een belevenis, die indruk maakt, die je kneedt en vormt, meer niet. De groep was geen groep, waren mensen, die met hun eigen problemen leefden. Er was wel contact, maar daar heb ik weinig van meegekregen. Een paar Poolse vriendinnen heb ik in de verte gezien, wel vriendelijk, maar tuk op werk in het buitenland. Dat heb ik later pas begrepen. Vermoeiend, blij teruggekomen en het leven is verdergegaan met weinig emoties, met veel sleur en toch is het leven waard om te leven. Ik sta boven de dood, die ik niet zelf in het leven wens te roepen. Ik kan me uiten als het moet, ben niet meer zo geremd. Contacten, ja, af en toe. Met Hans en mij gaat het weer wat beter, spreken weer wat opener met elkaar en ook andere bekenden, die verwaterd waren voor mij, de relaties daarmee zijn verbeterd, niet geïntensifieerd,  maar opener, geen remmingen bij eerste contact. Mijn relatie met Louis is nog vreemd, we praten over meest intieme dingen en dan praten we niet meer. Een beetje iemand als ik. En met Riet? De gesprekken zijn veel zakelijker geworden maar de geestelijke relatie is nog niet gebroken. Mijn wens om een keer met haar alleen op vakantie te gaan, naar Finland of zo iets, durf ik niet uit te spreken (nog niet?). Ik weet, dat Riet wel zou willen, maar ze vind het niet fair t.o.v. Theo en ik kan met haar meevoelen. Maar dromend met haar in een weids landschap, denkend, voelend aan elkaar zonder je ergens iets van aan te trekken, zonder een tijddruk om te vertrekken, de bomen, de zon, het meer, waarin je jezelf ziet met een glimlach op het lichaam, fijn.

      Tsja, Theo en Riet. Theo werkt lang tegenwoordig. Ik zie hem niets anders dan met proefwerken, maken of nakijken. Zijn stijl is precies, maar het kost wel veel tijd.

 

 


Spiegel

Een klein beetje geluk heeft iedereen.

Iedereen voelt, dat het leven iets

Wil geven aan hem of haar. Het

Accepteren van dat geschenk is

Gemakkelijk of moeilijk hoe je het

Ziet. Het borrelt in je hoofd,

Staat als een vraagteken boven je

Leven. Je ziet het, maar weet

Niet te kiezen, niet te reageren

Op het juiste. Of is alleen

Dromen genoeg, dromen van het

Geluk, waar je op wacht. Dromen

Zijn geen bedrog. Ze zijn een

Spiegel van het ware leven.

 

Goed en Kwaad

Door de spiegel stapte ik heen.

Ik zag haar, zoals ze was,

Naakt mooi om van te huiveren.

Ik zag haar door de spiegel

Van de waarheid, hard, koud,

Zonder de emotie te kennen.

Berekenend, vol van valse beloften,

Zonder gevoelens voor iets of

Iedereen. Maar mag je de mens

Dat aanrekenen? Is een gevoel

Van liefde niet genoeg om een

Mens goed te maken? Is Hitler

Een booswicht, omdat zijn ideeën

De dood ten goede kwamen?

 

 

Hond

De hond keek me aan en

Zei: Kom baas, mee naar buiten,

Haal eens lucht, want lucht

Is het leven. Kom baas, samen

De natuur in en ik ging,ik

Ging met hem mee, wie de

Baas was, was niet duidelijk maar

Blij, beiden blij met onze voeten,

Onze neus recht vooruit en

Hollen, ademen, luchten, ontluchten

Van het duf van de ganse dag.

De mens moet luisteren naar het

Dier, want het dier is eerlijk en

Weet, de natuur en wij zijn  één.

 

-                     20-2-1982

 

Het borrelt in mijn hoofd, in het ritme van stoten van de bus, in het ritme van de trommen van King Lear. Plezier, vertier, gier riekt het, de mens gepresenteerd door de Appel. Gekleed, bloot, jurken tot op de grond, dampende hoofden en rottende lichaamsdelen, die afvallen als rijpe appelen, die niets meer waard zijn, geen functie meer vervullen. Mensen, die zich vergapen aan deze rotting, die erom lachen en misschien niet eens weten, dat het om henzelf gaat. De levenstred blijft erin, maar wat is leven?

            Macht lijdt tot niets, zegt Shakespeare en machtwellust lijdt tot de ondergang. Maar is macht niet het orgasme van het leven? Is het geen verovering van jezelf, die maar even hoeft te duren? Macht is niet een continue bezigheid, zoals vele mensen denken. Macht is heel even beven van jezelf en dan is het sleur, een gewoonte die tot de ondergang en dood leidt, lijdt!

 

 


Doel

Smerig spat het zaad tegen

De aarde. Het zaad van de

Mens, die zijn krachten verspilt,

Die zich vertilt in het streven

Naar macht. Het heersen over

Mensen en de aarde van God,

Die we zelf zijn. Waarom doe

Je dit, mens, waarom deze

Krankzinnige gedachte, die

Tot ondergang leidt. Deze macht

Is de zwakte van de mens,

Deze macht leidt tot een

Totale vernietiging van de mens.

Je wordt je eigen slaaf. Doorbreek

Deze gedachte, bevrijdt jezelf

Uit deze ketenen, bevrijding

Van lichaam en geest. Zoek,

Vindt jezelf en je hebt macht.

 

Man zoekt vrouw

Man zoekt vrouw, vrouw zoekt man,

Hebben elkaar nog niet gevonden

(Vrouw zoekt man, man zoekt vrouw,

Zullen elkaar ook niet vinden,

Want man is homo en vrouw lesbisch.)

Man zoekt vrouw, vrouw zoekt man,

Hebben elkaar gevonden maar weten niet,

Dat zoeken het doel is en niet het middel.

Vrouw zoekt man en man zoekt vrouw.

Het zoeken is als de droom van het leven.

Zolang je blijft zoeken, kun je leven.

 

Atoomvrouw

Ze straalt de kracht uit als

De gammastraling van een

Plutoniumbom. Het gaat door

Je heen en je krijgt er het

Warm van. Maar het rijt

Je uiteen zonder dat je het

Merkt. Het kost je het vlees,

Waaruit dit leven bestaat.

 

Ik ben malende in de verte

De horizon schuimt over van de zon,

Vandaar dit geschreeuw naar het

Leven, het ondergaan in de ruimte

Van de eeuwigheid. De stem, de

Oren van het zijn

????

 

 

Onder het glas

Diep in het glas is nog een

Rest van wat over is van mijzelf.

De geur riekt nog naar bier,

Maar de rest is verdwenen,

Verschrompelt in het licht van God,

Dat ze hier maken, vermaken aan

De mensen, die het zien, niet blind

Met de ogen, niet de tranen, die

Verdrogen, omdat er niets te

Huilen is, omdat mensen, vrouwen

Niet weten, wat gaande is.

Bewegen in zichzelf, de ogen

Gesloten voor het al, wat samen-

Gestroomd is om de mens te

Bewonderen, de vrouw te vergulden

Met dat wat de mens in haar ziet.

 

 

Disco

Het licht dwarrelt door me heen,

Bevlekt me met rood, blauw en groen,

Geschuivel links en rechts, beweging overal.

Het knettert in mijn hoofd, het ritme

Is overal. Groen, oranje, rood, ik

Weet het niet meer. Gaat dit zo

Door?, is er geen eind? Mensen

Leven met zichzelf, denken aan

Samen, maar weten niet, wat

Het is: zweet, bloed en tranen.

Het is te doen als een kat, kater

Met een zwerk aan mogelijkheden.

De diskjockey is zich niet bewust van

Wat hij maakt en breekt, tegelijkertijd.

De vloer loopt tezamen met de

Mensen. Tezamen met mij, als de ik.

 

Wat een dronken kan schrijven in Polen

Weet je wat je overkomt

Dronk te zijn?

DIT!

 

-                     Friesland 4-5  Juni 1982

 

Veel water in Friesland, veel zon in Friesland, warm dek en vermaak overal. De voetbalclub viert weekend. Naar een zware onweersbui is de zon weer baas geworden over de massa. Ze hebben niks meer te vertellen. Ze worden geregeld dor het weer. Sommige plassen in het water, trachten op planken te gaan staan, trachten zich in te spannen in weer en zon.

     Voor anker liggen we te zweten, de pils en de berenburger zijn warm, de appelsap is zelfs bij de grootste zuipers, warm, heet, naakt bijna, al zou je wel willen, verbrandt, bruin met rode randjes, bij paars. Iedereen geniet tegen de klippen op, maakt zich druk met zichzelf, door niet te denken, geen aandacht voor het werk, zelfs een beetje ziek van het werk.

     Handdoeken op het dek, anders verbranden de voeten, ingesmeerd met vet om niet uit zon te gaan. Tegen de klippen opzonnen of met de klippen mee.

     Ik spring in het water, bril af, schoenen uit, horloge in de schoen, zonder meer.

 


Vakantie 1982

      Ik kijk door een bedruppelde, vieze ruit van het veer, de me van Oostende naar Dover moet brengen. Het is 11 uur 20 of 10 uur 20 Engelse tijd en de afvaart is pas over drie kwartier. Vanmorgen om zes uur ben ik opgestaan en om kwart over zeven vertrokken. De 400 km naar Oostende waren in 4 uur afgelegd en zonder, dat ik het in de gaten had, zat ik aan boord van het schip. Er zijn weinig formaliteiten, de ticket, de pas, aan boord. Met de auto zo’n steile brug opgereden, terwijl de 2de versnelling instond. Dat kan niet goed gaan en dat bracht een klein oponthoud.

      Het is (nog) niet druk aan boord. De mensen lopen een beetje rond, zoals ik ook heb gedaan. Een goede maaltijd zal er wel ingaan, maar daarvoor is het nog te vroeg, alhoewel?

      Dit type veerponten met de talrijke stoelen, het saaie uiterlijk, de toch gespannen sfeer, ach je moet er van houden.

      De vakantie is begonnen, maar de geest van de vakantie is er nog niet. Het uitzicht is te saai, alhoewel Oostende vanuit de verte een prachtig, mooie kerk heeft. De huizen langs de haven hebben verschillende kleuren van oranjegeel naar blauw en van witachtig grijs naar donkerrood. En dan zo’n hoog flat ertussen, zo’n vierkante doos met kleine ramen. Dat hoort niet! Een gat in de stad.

      Verder zullen we wel zien. Vier uur varen en de klok een uur terugzetten. Hoever vandaag nog gereden wordt, hangt van mijn conditie af. Alle condities! Kamperen hangt van het weer af. Morgen ga ik in ieder geval naar Wales. Dan wordt het landschap (the scenery) mooier.

      Alleen op vakantie net als vorig jaar. Ik hoop op een goede sfeer en relatie met mezelf, de omgeving en anderen.

 

-                     12.45 uur Engelse tijd

 

We zitten midden op de Noordzee, ik naar een kort maar krachtig diner met slaap in de ogen en in de buik. De koffie staat nog te pruttelen voor me. Een uurtje geleden heb ik met bewondering naar de vlucht van de meeuwen gekeken. Nu begrijp ik  waarom die altijd schepen volgen. Ze worden meegezogen door de sog en kunnen minutenlang zonder vleugelslag zweven als meer dan vliegen, niets doen, alleen maar kijken en zweven, zoals in een droom van een mens, die uit zijn lichaam is getreden. Het zweven van de geest zonder last te hebben van massa, zonder je te storen aan je omgeving, alleen jezelf in het al, water onder je, lucht boven je en de rest telt niet.

      De vakantie begint te komen. Ik zweef ook een beetje, want de zee is niet rustig. Ik ga op en neer op de golven met de maag vol en een half flesje wijn achter de kiezen Het zweet breekt me uit en de scheepsmotor begint zachter te klinken. In de verte raakt de (horizon) lucht de zee en verder.

 

-                     29 Juli 14.00 uur

 

Bij Stonehenge staan geen stoelen of banken, dus zit ik op de grond. Na enig gezoek heb ik gisteren een camping gevonden in de buurt van, ik ben de naam alweer vergeten. De afstand, die je in Engeland kan rijden per dag , is beperkt, vooral als het zo verschrikkelijk druk is, vooral langs de kust. Tent uitpakken, eten koken en afwassen, alsof dat het doel is, kostte bij elkaar maar zo’n 1 ½ uur. Zo’n kooksetje is handig!

      De camping was verbonden aan een pub, waar ’s avonds de dorpsjeugd bijeen was om op te vallen en eventueel naar de zanger te luisteren. Ik heb me ook bezondigd aan twee pints of bitter en schrok toen een vrouwtje me doordringend aankeek. Dat was niet nodig al was ze niet moeders mooiste.

      Vanmorgen om elf uur vertrokken en nu hier op Stonehenge, 150 km verder. Mensen lopen ¾ cirkel en weer terug en de ANWB had gelijk. “Wie Stonehenge nadert, zal de aanblik van toeristen en rijen bussen tegenvallen en misschien zullen de rommelige steenformaties bij de eerst indruk zelfs tegenvallen”.

      Laat Stonehenge aan de geleerden, maar dan is er niet zoveel te verdienen. Alles wordt nu bewaakt en je mag nergens aankomen, maar het is voor ¾ al kapot. Als de geleerden weten wat het is, laten de toeristen Stonehenge dan opeten. Al die plaatjes en filmpjes kunnen ook bij een kiosk gekocht worden. Of is er nog meer waarde? Wie weet?

 

-                     30 Juli 15.00 uur

 

Niet ver van Brecon  zit in naast een snelstromend riviertje, dat met verschillende watervallen het dal induikt. Het weer is prachtig en warm, eigenlijk te warm om te lopen. Er passeren juist twee mensen op weg naar beneden en getooid met rugzakken. Gisteren heb zo’n 300 km gereden en een camping gezocht en gevonden bij het Llangorse Lake, het grootste natuurlijke meer van Wales. De weg is nog steeds alleen na 2 ½ dag maar nu hindert dat nog niet.

      Wales is groener en glooiender dan Schotland. De ruigheid is er niet (meer), omdat er zo verdomd veel mensen zijn en zulke mooie, brede wegen, ‘dual carriage’ wegen.

      Groen, ja soms in de verte tegen het zwarte aan, maar ook bijna gelig als de handen van twee mensen, die net voorbij kwamen. Dit beeld en de bijbehorende temperatuur heb ik al reeds eerder gezien. In Zuid-Frankrijk en ook in midden-Frankrijk samen met Riet en Theo. Dat was in 1980, die reis met vele emoties, een bijna hereniging met Riet maar net niet gelukt.

      Wat opvalt, dat hier naast de Britten zoveel Nederlanders zijnen bijna geen andere continentalers. Maar contact heb ik er niet mee gezocht. Daar een man en een vrouw, een gezin en twee vrouwen en natuurlijk ik, een persoon alleen, die reist alleen,. Fragmenten van reizen in eenzaamheid moet een volgend boekje heten, als dat uitkomt volgend jaar (nooit gebeurd).

 

 

Fragmenten van reizen in eenzaamheid

Een stadje hier, een riviertje daar.

Je bruist er langs en je hoort

Het ruizen niet. Een waterval in de

Beek, die zingt steeds verschillend

Maar aldoor. Die leeft in stukken

Van water, tussen rotsen door.

 

Ik stop en luister en hoor het

Gefluister en zie het levende water.

Man, snap je het niet, het stroomt

Naar ergens, maar weet niet waar.

Het deert ook niet, want leven is

Leven en het doel is wie weet daar.

 

-                     Aberyswyth 2 Augustus-1982, 13.35  uur

 

Ik heb plaatsgenomen in een smalspoortreintje van A. naar Devils Bridge. Vandaag geen getoer met de auto maar een uurtje in een treintje.

 

-                     Fishquard 3 Augustus 1982, 14.30 uur

 

Het vorige verhaal was niet af te maken, omdat het treintje teveel schommelde. Daarom opnieuw te beginnen sinds 30 Juli. Na de wandeling langs de beek, heb ik ’s avonds iets gekookt en bier uit blik gedronken, maar niet in contact geweest met anderen. De dag erop weer wat boodschappen gehaald in Brecon en toen een tochtje gemaakt door de dalen van de Noord Wales  valleys (niet Zuiden?). Juist die, die af en toe bemijnd zijn. How green was my valley? Ik heb maar één mijn gezien, maar het hele dal was zwart. Binnendoor naar een waterval. Het was een erg mooi dal, echter er was nauwelijks water. De volgende bezienswaardigheid was de DAN-Y-GOROF grot of zoiets, de grot onder de kathedraal grot. Een rondje gemaakt van een uur en tsjah als je in de Zuid-Franse grotten bent geweest met grote zalen en zeer grote stalagmieten en tieten, dan valt het wel een beetje tegen. Maar toch heerste er een aardig sfeertje en enthousiast meeleven van vooral de kleine toerist.. Die avond ook weer gekookt, gedronken en gelezen en lekker rustig uitgerust. Zondag op het gemak opgestaan, mijn dagelijkse muesli, tot het op is, dus in één week en lekker warm gedouched. Daarna door het binnenland naar Aberystwyth. En ik vond dit deel van Wales toch het mooiste, misschien ook omdat ik geen bergwandeling heb gemaakt vanwege de mist.

      Eerst in een merkwaardige manier  om Brecon heen; het was meer heen en terug. Dan omhoog richting Midden-Wales met fraaie uitzichten, jammer dat het zo mistig was, en mooie rivierdalen. En toen begon het om een afgezaagde zin te gebruiken. Naar even een beekje te hebben bekeken stap ik in de auto en na 200 meter naakte een helling van 25%, volgens mij wel 30%. In de 2de versnelling was het niet te halen en ik gaf te weinig gas en boem, stil op de helling, zelfs de handrem hield het niet uit, starten ging wel, maar hoe in gang te komen? Na enig geprobeer is het toch gelukt, het klamme zweet in de handen. Het ging iets naar beneden en weer 25% omhoog een boem, een tegenligger, af die motor, die tegenligger naar beneden en ik ook iets, hetzelfde weer maar het lukte in wolken van olie en benzine dampen en zo ging het 10 mijl aan een stuk. Later iets beter en in één omhoog. Alsmaar de single-track road als in Schotland, maar dan veel lastiger, edoch mooie uitzichten, pittoreske dalen tot aan Devils Bridge. Daar heb ik de eerste lifter meegenomen, genaamd Michael, afkomstig uit Freiburg en Jura(Rechten) studerend. Op de camping in Aberystwyth zijn we uitgestapt en gaan staan. Een pilsje van mezelf met hem gedronken. Het was niet erg spraakzaam en ik ook niet.

‘s Avonds ben ik het stadje/de stad ingegaan om iets te eten. Nou Britse restaurants zijn niet veel, typisch een badplaats met fish en chips, maar er waren wel in ieder geval drie Chinezen. Op mijn rondtochtje door het stadje kwam ik waarachtig Michael weer tegen en samen hebben we Chinees gedineerd met bier en wijn.

      Na verzadiging wilden we een pub proberen, maar ik heb stad en platteland afgecrossed in het duister maar geen pub, die open was. Afijn samen nog een rummetje gedronken en de slaapzak in. Gloriana was toch uit en de gaslamp kapot, verstopt, nu definitief kapot..

Het is vijf voor drie en het schip is nog niet vertrokken? Te mistig?

De dag erop dus het treintje uphill en downhill met een bezoek aan de watervallen van Devils Bridge. Vermoeien met inkopen erbij een hele dag bezig en ach ja vakantie. Nog iets, op de radio was duidelijk, dat er een staking van de Sealink veren dreigde en ik had Sealink gereserveerd naar Ierland en ja hoor maandagmorgen begon de staking en daar gaat Ierland, dacht ik. Maar neen, hoop ik, maandagavond begon een nieuw overleg en dinsdagmorgen hoorde ik, dat er overeenstemming was tussen Sealink en de vakbond van zeelui. Nog even stemmen, een formaliteit, want de ‘big bosses’ beïnvloeden de arbeiders toch en de staking was afgelopen. Daarom zit ik op deze boot naar Ierland, die maar niet afvaren wil of kan of zo.

Ik heb al gegeten in het selfservice restaurant. Er was ook een ander bij nader inzien en nu in de mist.

Een rustig eerste weekje zit erop. Wales was veel drukker dan verwacht en minder ruig, hoe zal ik het zeggen en toch hier en daar, maar veel dagjesmensen. De afstanden zijn niet groot en bijna overal is met een auto te komen.

De mist wordt steeds erger en we wachten nog steeds…..Er komt beweging in om 15.05 uur dus 20 minuten te laat; Beter iets later dan nooit.

 

-         21.30 uur

Net een gegrilde zalm naar binnen gewerkt. De boot vertrok dus 20 minuten te laat. Aan boord een quick-zelfdieningskippetje naar binnen gewerkt om de honger te stillen, zie hiervoor. Ook aan boord een spelletje gedaan als Black-Jack. In twee etappes 15 pond verloren, maar de dame, die voor zichzelf werkte, was aardig en vreselijk snel. De eerste sessie speelde ik quitte. Een uurtje in Ierland gereden en een hotel gezocht. Dat was aardig lastig en duur, om maar niet over geld te praten.  Eigenlijk zou het tijd zijn voor een 2de gedicht, maar wat brengt de inspiratie?

 

 

Fragmenten van reizen in eenzaamheid II

De boot ging wel, de boot ging niet.

Zenuwachtig luisterde ik naar de radio.

Wordt de staking opgeheven of niet?

Wordt de arbeider weer de loef afgestoken?

In een hoekje geduwd en betaalt hij weer?

Ja, natuurlijk door zijn eigen baas,

De vakbond ging weer overstag, de

Zoveelste keer. De zeeman weet niet meer.

 

En ik, blij als een heer op vakantie.

De reis ging door, Ierland voor mijnheer,

Een duur hotel gepakt, want zoveel

Is meer dan de volgende camping.

 

De zalm is goed. Geen een die moet

Vergeten dat de inwendige mens,

Gesterkt door de wens van

Veel, goed en altijd weer, oermens.

 

-           4/5 Augustus 15.30 uur

Zee slaat tegen de rotsen, de donkere, wildgevormde wolken jagen vanuit de zee over de bergen, die eruit oprijzen. De wind brengt met vlagen de graspluimen in beweging en steeds weer terugwillen naar rechtop.

Diep in het dal staan huizen verdwaald in groen en bruiachtige vlakken. Geen mens te zien onder deze dreigende lucht met witte koppen.

 

Zo zit ik hier op de Beara island, op een dependence-camping bij een grotere camping. Wat is Ierland eigenlijk? Ierland is vooral pubs, bars, lounges en bier. Als er mensen in een café zitten, dan zijn het Ieren, waar ze wonen is mij onbekend. Zoals New Ross, één van de smerigste plaatsen, die ik heb gezien met, volgens mij, weinig inwoners maar om het andere huis een pub. En duur dat het bier is, vier gulden voor een pint en meer is normaal. Waar halen de mensen het geld vandaan? De Ieren hebben het moeten van vrij zijn. Ze zijn gedwongen om vrij te zijn. Hebben geen manier van sarcasme en cynisme als de Engelsen, geen understatements. Laat ik echter niet te snel oordelen. Ik heb nauwelijks Ieren ontmoet en die ene Ier, die ik meegenomen heb als lifter, zei geen woord. Daarentegen had de Australische onderwijzeres veel meer te zeggen. Ze had ‘leave’ voor één jaar en mijn indruk was, deze ze in die periode zoveel mogelijk kilometers over alle continenten wilde afleggen. Niet eens tijd om uit te rusten en met de vinger bij de kaart. Maar verder leek het mij wel een gezellige tante.

Het blijft een rustige reis met weinig contacten en veel natuurschoon. Inspiratie voor gedichten is er niet of weinig. Eten, drinken, reizen en alleen zijn, zijn de voornaamste ingrediënten. De hersens schoonmaken voor de zaken , die nog komen gaan.

Gevoelens van mensen, die weinig contact hebben met andere mensen, zijn moeilijk in woorden weer te geven. Je kijkt uit over zee en de gedachten daarbij hebben geen woorden. Misschien kleuren, strepen en flarden van aanrakingen als golven. Golven bestaan ook alleen bij het aanraken door de wind of door aantrekkingskrachten van andere hemellichamen. Dit kan precies zo zijn met de gevoelens van een mens, die op een rots zit, alleen met brood en een pen. Je zou moeten kunnen zweven op deze gevoelens, naar een rotspunt vooruitstekend in de zee, die zo dicht bij lijkt maar toch zo ver weg is. Naar de overkant van deze baai, die nauwelijks te zien is. Snelheid is alleen van belang in het binnenste van je ook omdat snelheid en tijd gekoppeld zijn.

Zou je een rots moeten, die weer en wind trotseert alleen mijmerend over? Naast me ligt de rotzooi, het afval van mensen gestort in de natuur. Dit plekje is typisch een voorbeeld van hoe het niet moet. Eerst de rotzooi van de mensen, dan de mensen als rotzooi. Alles speelt mee, als je hier zit. Zien, horen, voelen. De tast is voor meer intermenselijke relaties.

 

Wat is het vandaag? Maandag, 9 Augustus in Connemara op een zeer mooie , aan zee gelegen, doch eenvoudige camping, een 10 mijl ten Noorden van Clifden. Na 5 Augustus is er weer een heleboel wel en niet gebeurd. Eigenlijk is het onzin om erover te schrijven. Je ziet landschappelijk schoon, alhoewel de Ring of Kerry tegengevallen is op een paar stukken na. Te bekend, teveel toeristen en een te lange tocht voor één dag vooral als je chauffeur en toerist bent. De zanger in de kantine op de grote camping was dezelfde als de eerste avond en de Nederlandse trekkers naast me kwamen uit Utrecht. Ze waren van het echte mounteneers type, die dwars over heuvels en door dalen gaan. Dat ben ik niet want dat heuveltje van vandaag was me al te moeilijk wil ik niet zeggen maar gevaarlijk voor een enkel iemand.

      De dag erop langs een poot van de Ring of Kerry naar Dingle gereden. Ook wel aardig daar, niet maar weer een schiereiland. Wel indrukwekkend was de beklimming van de Connor pas, nauwelijks 500 meter hoog met zijn smalle weggetje. Een tegenligger reed mijn spiegel rechts bijna aan flarden, nou ja een paar barsten zitten er wel in. Een prachtig uitzicht was erboven op de top en daarna langzaam naar beneden tot aan Tarbert, enkele tientallen mijlen verder, waar één of ander water overgestoken moest worden. In Kilrush op een camping overnacht en televisie gekeken. In Ierland worden spannende films steeds weer door reclame onderbroken. Alles is wat rommeliger daardoor. Zondag een tochtje langs de Cliffs of Moher en dor de Burren met de witte en witachtige heuvels. De Cliffs zijn indrukwekkend en de Burren spreken me zeer aan. Op die tocht heeft een jongen een jasje in mijn auto laten liggen. Wat moet ik ermee doen, maar bij het afval, want geen naam, geen geld en geen herkenningstekens in te zien. ’s Middags door de laagvlakte van de Connemara, woest, stenen, heide en water, kaal als een pasgeschoren schaap. Samen met een lifster, ene Getty, Erzieherin, deze tocht gemaakt. Alle naambordjes waren in Gaelic en we konden daarom alle kanten uit, maar niet bekend waarheen? Ik heb daarom nu maar een echte kaart van de omgeving gekocht met de namen in twee talen.

Na enkele uren in Clifden gearriveerd, waar ik Getty maar heb uitgenodigd om te gaan eten, Ze is volgens mij bang voor vreemd eten, zoals zo velen. Met ontzettend mooi weer een camping gezocht in Rinvyle of zoiets, waar ik nu zit. De bergen, met de zwarte schaduwplekken van de wolken, soms ontzettend groen, dan weer groenachtig met een zwartwitte kop. Alle bergen hebben hier koppen. Een punt is er niet bij.

      Vandaag verder kalm aangedaan. Een tocht rondom de ‘Twelf Bens’ naar Clifden en een poging een heuvel te beklimmen. De zon schijnt meestal al hangen wolken boven de Atlantische Oceaan, die in pakketten over het land zweven. In de verte is het weer wolkenloos, waardoor het laatst van de zonsondergang net te zien is. Een rode vlek, drijvend op zee, die op het laatst steeds donkerder en vager wordt. Maar nu is het nog maar zes uur en hangt de bewolking nog boven de bergen. Morgenvroeg zijn de toppen weer niet te zien en zitten de amateur en professionele schilders weer op een rij om dit moment vast te leggen. Met woorden is dat niet te doen. Het zij zo. De geest weet wat het nodig heeft. Foto’s alleen voor jezelf.

 

-                     Woensdag 11 Augustus 19.30 uur

 

Vandaag was mijn gebruikelijke pechdag al zal het naderhand wel weer meevallen. Vandaag ben ik namelijk mijn bril kwijtgeraakt en wel op een lullige manier. Mijn bril is in vliegende storm afgewaaid terwijl ik een foto wilde maken en ik heb hem nooit meer teruggezien. Eerst natuurlijk een reservebril nodig maar die kon ik zo gauw niet vinden, ook al omdat de storm doorzette door het zeer nauwe dal en mijn water container ook in de verte verdween, ook nooit meer teruggevonden. Toen maar een eindje gereden zonder bril tot op een plaats waar de wind een beetje minder was. En ja hoor mijn sportbrilletje was er. Die zal ik nog een week of drie moeten dragen, als die niet wegwaait. Het is toch slecht weer vandaag. Veel, zeer veel wind en regen. Vanmorgen knapte al een hoektouwtje en ik heb geen naald en draad meegenomen. Maar dat is niet zo erg. De bril ben ik na de tijd nog gaan zoeken in de vliegende storm. Maar natuurlijk niet gevonden. Een beetje scheel kijk ik nu wel, maar het zal wel gaan.

 

Om verder te gaan na de afwas, ik had geen brood gemaakt, maar door het oponthoud bleek de lunchtime in Westpoort net afgelopen te zijn toen ik aankwam. Ook al geen geluk. Nu zit ik op een camping op Achill Island, een kleine, redelijk goedkope camping. De tent bij harde, doch droge wind opgezet. Dit eiland is zo kaal als de neten. Wel wat bulten, maar ze lijken me moeilijk te beklimmen. Dat zien we morgen wel.

 

            Gisteren was een rustige dag alhoewel des avonds in een bar het zo druk was, dat je geen vin kon verroeren. Er was dan ook levende muziek, een beetje country, Iersachtig. Eén lager en twee Guinness gaven me vanmorgen toch al een beetje koppijn en mijn arm doet ook weer zeer. Wel gezellig zo’n kroeg, maar weinig om te praten. Iedereen drinkt maar en eigenlijk niks. Zingt een beetje als de woorden van het liedje gekend zijn.

            Vandaag was een pessimistische dag. De sportbril doet een beetje zeer maar dat is wennen. Deze dagen horen er ook bij om de meer gelukkige dagen te kunnen genieten. Ik ga, denk ik, direct eens poepen en kijken of de ouches ook warm water geven. Hopelijk is dat zo. Dan kan het vuil van alledag tenminste afgewassen worden. De hemel is een beetje opgeklaard en ik ook denk ik zo. Een dunbevolkt eiland, dit Achill Island met paargroen vlakten en enkele hoge bulten. Ook hier ruist de zee, maar die is 300 meter ver weg i.p.v. 50 meter zoals gisteren. Het breken van de golven zal wel niet te horen zijn.

 

-                     Donderdag 12 Augutus 1982, 14.00 uur.

 

Het breken van de golven voert het zand op en bruine tot geelbruine vlekken ontstaan in het water, hier aan het einde van Achill Island. De stemming is totaal omgeslagen. In de zon uit de wind zit ik te genieten van een prachtig schouwspel. Een smalle baai met daarin een smal vissersbootje, wat afsteekt tegen een groenblauw water. De witte schuimkoppen rollen tegen het smalle zandstrand. Enkele mensen tarten deze schuimkragen. Onder de felle zon in een met schapenwolken bedekte lichtgrijsblauwe  hemel, licht daar de baai omringt door hoge, groene wanden met grijse vlekken. In de verte rust een rotskust, die spreekt; kom op water, mij doe je niets. Maar dat is niet waar. De rotsen zijn aangevreten tot op het nerf en ook die zullen door het water weggevreten worden tot er een zandstrand ontstaat of totdat het water verdampt is.

      Daar zit ik tussen met een intens geluk van sprekende ogen over een miljoen jaar of zoiets.

Blij

Het water breekt op de rotsen,

Maar de rotsen breken mee.

Het water kan zich opnieuw verzamelen,

Maar de rotsen kunnen dat niet,

Ze hebben niet dat leven, die

Elasticiteit om mee te geven.

Het water blijft maar zingen en

Spelen als een zeemeermin en krijgt

Nooit genoeg van het rollen en

Tuimelen, van het paren met

Rotsen en kust. Als de rotsen al

Bezweken zijn onder het orgasme

Van water, blijft de meermin

 Zingen en dansen tot het einde der dingen.

 

-                     15.30 uur

 

Een andere punt van dit eiland. Na het kerkhof tegen de kale berg en de nauwe baai nu het wijde gezicht over de oceaan. Het uitzicht vanaf de bergtop ben ik nog vergeten maar daar waaide mijn bril haast weer weg zodat ik hem moest afzetten en fotograferen zonder bril. De wind waait nog steeds hevig.

      Amerika is niet te zien, maar je kan je het haast voorstellen, dat het in de verte ligt. Dit is het meest westelijke of één van de meest westelijke punten van Europa. Water,water, rotsen, bolvormige punten in de blauwe lucht met donkere wolken. Op het hele eiland heb ik geen boom gezien en slechts een enkel groen weitje. Groenblauw en blauw overheerste en afgekapte rotsen nogmaals. Het weer is net zo veranderlijk als het landschap en als de stemmingen van een mens kunnen zijn.

 

Graf

De groen berg steekt zijn kop op

In de blauwe lucht. Soms hangen

Er sluiers om hem heen net alsof

Hij droevig is. Sluiers van wolken,

En dan weer heeft hij de pet op van

Luchtig dons en grijpt hij ernaar

Bij vrolijk weer. Deze groene

Berg waakt over de mens,

Die aan zijn voet te ruste liggen.

De mensen wisten wat ze deden,

Dit kerkhof hier te leggen, dit

Kerkhof met zijn mensen, jong en

Oud, te moe om te leven of gevallen

Voor de natuur. De berg beschermt

Ze allen met hetzelfde vertrouwen.

 

-                     Dinsdag 17 Augustus 13.30 uur

 

Daar was het onprettig om te schrijven. Te glad en te hoog Bij de waterval, die de hoogste van Wales zou zijn (waterdruppels vallen overal) Best wel aardig zo’n waterval, maar ik heb mooiere dingen gezien. Het wordt te nat.

 

-                     Donderdag 19 Augustus 21.00 uur

 

Zittend in een achteraf motel overdenk ik deze vakantie. De dagen van en na Achill Island zijn echter nog niet gerapporteerd. Ik ben in deze vakantie zeer lauw geweest met schrijven. De laatste week was echter zeer interessant vanuit menselijk oogpunt. In deze week heb ik de meeste mensen ontmoet en verreweg het meeste gedronken. Vanaf Achill Island ben ik dwars door Ierland naar Dublin gereden. Na wat kort liftwerk, kwamen twee jongens, mannen?, in de auto, Amon en Willy, die een feest gingen vieren in Dublin en ‘getting drunk’. Vlak voor Dublin stapten ze uit en nodigden me uit voor een pint, die ik natuurlijk accepteerde.

            Eén pint werd twee pinten, drie en bij de vierde wilden ze me meenemen naar de party en bij de 5de vertrokken we, ondertussen naar de Open Irish te hebben gekeken. Het verzamelpunt was een pub aan de rand van Dublin. Daar kwamen vrienden en vriendinnen bijeen er werd er cider, appelwijn, met daarin whiskey gedronken in pintglazen. Na een stuk of drie voelde ik mijn maag omhoog komen en ging ik over mijn nek op het toilet natuurlijk en niemand behalve ik en de onzichtbare hebben het gezien of gemerkt en na een paar meer werd vertrokken naar de party. Ik heb mijn auto achtergelaten. Een party in één of andere tribune met disco en top dertig werk. Een merkwaardige manier van doen. De meisjes dansen al en de jongens zitten zich te bezatten en benaderen daarna de dansvloer, maar niemand danst duidelijk met een ander of tenminste niet in het begin, want ik nodigde een meisje uit, ik geloof Patricia, maar die waaide alle kanten uit en na een tijdje heupwiegen, had ik het wel gezien en bekeek het gehuppel uit de verte, 2 of 3 meter. Een beetje eten, want dat was nauwelijks gebeurd en om één uur was het afgelopen, een feestje voor iemand, die 21 word.

            Daarna werd doorgezet bij het meisje thuis, maar dat ging mis. Er was een ruzie ontstaan door gesmijt met glazen en Amon,toch niet helemaal nuchter, wilde het uitvechten. De politie en alles kwam eraan te pas en ik heb het niet helemaal begrepen. Maar na een uur en iets wilds zijn we naar het flat van de chauffeur, de naam ben ik vergeten, gereden en om vier uur in mijn slaapzak gekropen. Zelfs goed geslapen op de grond en het brood opgegeten de volgende morgen van deze student.

Wordt vervolgd.

 

-                     Vrijdag 20 Augustus, Canterbury , 14.00 uur

 

De laatste visite aan een plaats in Engeland, behalve dan Dover. De vak???

 

-                     Zaterdag 21 Augustus 16.00 uur, Ned. Tijd, 1982

 

Alles is in fragmenten Ik heb niet veel geschreven op deze reis, weinig rustplaatsen en weinig zin. Vooral de laatste week is dat voorgekomen. Toch de overtocht van Ierland naar Engeland, het verblijf in het hotel, 30 pond, gespendeerd. Ik dacht, dat het duur was maar dat was niet zo. Er zijn hotels van dubbel zo duur, die hetzelfde comfort hebben. De overtocht was ruw een beetje zeeziek na de whiskey van de avond te voren en het vroege uur, 7 uur. Alles voorspoedig en naar Bala gereden, onderweg wat inkopen gedaan. Het was geen best weer, maar tussen de buien door toch mijn tent opgezet. Ik had toch geluk met de regen. Het bleek, dat ik naast een andere Rinco tent stond en daar heb ik veel geluk mee gehad. Want het waren drie Brabanders, twee meisjes en een jongen, Piet, Kaatje of Karin en Jeanne of zoiets. En niet had ik mijn eten op en afgewassen, vroegen ze me om een pintje te drinken in een plaatselijke pub. En dat hebben we drie avonden gedaan tot half elf, want dan ging de kroeg dicht en tot één uur in de tent. Er werden tamelijk ingewikkelde gesprekken gevoerd, waarbij Piet de boventoon voerde, Piet, een sociaal geograaf, werkend in de gemeente Oosterhout en samenwonend met Kaatje op een boerderij. Jeanne was een zuster van Karin. Allemaal zeer intelligente en aardige mensen. De dag daarna ben ik alleen de waterval en het meertje gaan bezoeken en heb daarbij waarschijnlijk de gouden pen verloren, zoals er altijd iets in de vakantie moet gebeuren. De dag erna zijn we met Piet z’n auto.

Hier eindigt het vakantie verhaal en ik kan me nauwelijks herinneren wat er verder gebeurt is, behalve dat we met een treintje de berg zijn opgegaan .

 

-                     30-1-1983 Oberalp

 

We zijn gekomen om skiën te leren en er zijn mensen, die het leren, maar daar behoor ik niet toe. Na boven klimmen is zelfs al te veel.

      Het begon gisteren of liever eergisteren in de bus. Reizen in het donker en trachten te slapen in de meest gekke houdingen. Gebroken, de rug in tweeën en het schouderblad ingedeukt Eten en dan skiën een bittere pil voor geest en lichaam in die volgorde. Tot in het bot afgekraakt, de val is niet erg, wel het opstaan en de geestelijke deuk, die je elke keer moet verwerken. Gisteren wilde ik er al mee ophouden met het treintje mee, zo ver mogelijk weg van deze oefenplaats. Fijn uitrusten en de ogen te kost geven, nergens aan denken , maar dat is niet de bedoeling. Op het ogenblik is mijn denkbeeld nog steeds negatief, maar ik kan er nu beter tegen. Mijn benen staan er nog niet naar maar mijn geest verwerkt het beter. Ach één week weg is niet weg. De sleur wordt onderbroken, al is dit ritme elke dag gelijk, net een ski ritme.

 


Skileerling

Hij stond op een helling en gleed

Uit. Hij wilde wel, maar de ski

Leidde zijn eigen leven. Geen

Eenheid in gedachte, geen eenheid

In beweging. De knieën naar

Voor drukken en ploegen maar

De ploeg is defect. De ploeg

Heeft geen rem, hij heeft geen rem.

Niet opgeven, toch de sensatie

Beleven van kunnen, van mee

Kunnen doen. De heuvel op en

Wankelend weer naar beneden.

Over een uur is het leed weer

Verleden. Misschien is de kans

Van leren nog daar. Misschien

Ja, misschien komen we klaar.


Reisverhaal 1986

Hier een fragmentarisch reisverhaal over een reis naar de Verenigde Staten in 1986, een combinatie van werk en vakantie.

 

Londen, 20 Juni 1986, 13.40 uur plaatselijke tijd

      De eerste dag van zeven weken USA is gestart. Na een nacht met niet al te beste rust, ben ik om zes uur opgestaan. Na even getoiletteerd te hebben, heb ik de buurvrouw met twee belletjes uit bed gebeld. Ze had immers beloofd om mij naar het station te brengen En dat heeft ze ook heel trouw gedaan samen met twee kindertjes, die de trein wilden zien. Ik heb al het goed in één koffer geperst en dat is nog gelukt ook alhoewel een paar boekjes daarom niet meekonden. Ik ben echter wel, want om twee koffers, een tas en een aktetas mee te slepen, isw wel wat veel van het goede.

      Tot nu toe is dit een dag van vertragingen. De trein liep in Hengelo al 5 minuten vertraging en op Schiphol bleek, dat de BO 813 een half uur later zou vertrekken. Als je dan verwacht dat het verblijf op London Gatwick daardoor verkort zal worden, heb je het mis. Het blijkt nu, dat de NW49 nog meer vertraging heeft, een ieder geval een uur, maar dat zullen er wel 1 ½ worden.

      Dit is natuurlijk een tijd van filosofisch bezinnen, maar daar heb ik even geen zin in. Het lijkt me eerder de tijd voor een middagdutje. Na iets opgewarmd Brits eten met een pint of bitter is dat eigenlijk wel nodig. Het verhaal doorlezen?, Daar heb ik nog de hele middag en avond voor. Bovendien win ik zes uur, die ook verbruikt moeten worden.

      Ik zit hier met een aantal al dan niet luie passagiers te wachten op de vlucht in een ronde koepel met ‘gate’ 8, 31 tot en met 38. Ik zie passagiers te laat komen, de Britten zijn vriendelijk, ze wachten op dat soort personen.

      Op dit moment gaat een geruis en de NW49 gaat aanleggen. Dus er is hoop, dat we om 3 uur vertrekken. Het is een aardige knaap, die daarvoor de flexibele deur staat. De mensen worden onrustig en ik moet alweer pissen. Zeker de pint, die werkt of die doorloopt naar beneden. Ik zal er iets aan doen zoals ook het vliegtuig nog verzorgd moet worden. Dit was het eerste geschrift met een leeglopend vliegtuig.